In deze zaak diende klager een klaagschrift in op grond van artikel 552a Wetboek van Strafvordering tegen de inbeslagname van goederen in het kader van een Belgisch-Nederlands gemeenschappelijk onderzoeksteam. De inbeslagname vond plaats op 25 maart 2014, waarbij onder meer een Blackberry telefoon en € 800,- werden gevorderd.
De officier van justitie vorderde verlof om de goederen definitief ter beschikking te stellen voor het Belgische strafrechtelijk onderzoek. Klager beperkte zijn klaagschrift tot de teruggave van de telefoon en het geldbedrag, stellende dat daarmee geen strafvorderlijk belang gediend is.
De rechtbank oordeelde dat het klaagschrift gegrond is voor het bedrag van € 800,- omdat dit digitaal is gemaakt en niet meer als bewijs kan dienen. Het klaagschrift werd ongegrond verklaard voor de Blackberry telefoon, omdat het onderzoek nog niet was afgerond en het strafvorderlijk belang zich nog tegen teruggave verzette. De officier van justitie heeft toegezegd de telefoon na het maken van een kopie van de inhoud te retourneren.