ECLI:NL:RBAMS:2014:3621
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging langdurige subsidierelatie vanwege stelselherziening Jeugdzorg
De zaak betreft het besluit van het dagelijks bestuur van de Stadsregio Amsterdam om de langdurige subsidierelatie met Stichting Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam te beëindigen per 1 januari 2015, in het kader van de stelselherziening Jeugdzorg die taken overhevelt naar gemeenten. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen, waarna beroep werd ingesteld bij de rechtbank.
De kern van het geschil is of de subsidiebeëindiging met inachtneming van een redelijke termijn is geschied zoals bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank stelt vast dat de stelselwijziging een veranderde omstandigheid vormt en dat de termijn van ongeveer 21 maanden tussen kennisgeving en beëindiging redelijk is. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij binnen deze termijn niet in staat zou zijn om haar verplichtingen af te wikkelen.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder niet gehouden is frictiekosten te vergoeden en dat onzekerheid en de lastige positie van eiseres inherent zijn aan een ingrijpende stelselwijziging. De rechtbank wijst ook op de beleidsvrijheid van subsidieverstrekkers en het ontbreken van strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de subsidierelatie wordt ongegrond verklaard.