Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Strafbaarheid
de medeverdachtevan de opgeëiste persoon, [medeverdachte], wordt vervolgd, namelijk dat hij – [medeverdachte] – als hoofd van een criminele groep die in Teesside is gevestigd en vertakt is naar het continent van Europa, betrokken is bij 1) ‘a conspiracy to supply a controlled drug of class B’ (amphetamine), 2) ‘a conspiracy to supply a controlled drug of class B’(cannabis) en 3) ‘a conspiracy to possess criminal property’ (£ 34.000,-). Onder ‘description’ wordt vervolgens beschreven op grond waarvan de veronderstelde (criminele) samenwerking tussen [medeverdachte] en de opgeëiste persoon is gebleken.
3als een verschrijving moet worden gezien en zij vindt hiervoor bevestiging in de e-mail d.d. 18 december 2012 afkomstig van de uitvaardigende justitiële autoriteit. Het EAB I, aangevuld met de informatie die in EAB II wordt verstrekt, voldoet dan ook aan de vereisten van artikel 2, tweede lid, onder e OLW.
5.Overige verweren
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan the District Judge, Teesside Magistrates’ Court, Groot Brittannië, ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.