Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2014 in de zaak tussen
[naam], te [woonplaats], eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres, veroordeeld wegens medeplegen van moord en overtreding van de Wet wapens en munitie, vroeg een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor een functie als lerares. Verweerder wees de aanvraag af op grond van de bijzondere weigeringsgrond uit paragraaf 3.4 van de Beleidsregels, vanwege de ernst van het delict en de functie in het onderwijs.
De rechtbank stelt vast dat verweerder bij de toepassing van deze discretionaire weigeringsgrond alle relevante omstandigheden moet meewegen, zoals de ernst van het feit, de functie, het tijdsverloop, de persoonlijke ontwikkeling en resocialisatie van eiseres, en haar eerdere werkervaring in het onderwijs. Verweerder heeft deze omstandigheden onvoldoende betrokken.
De rechtbank oordeelt dat het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd in strijd met artikel 7:12 Awb Pro. Daarom wordt verweerder in de gelegenheid gesteld het gebrek binnen zes weken te herstellen. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en stelt verweerder in de gelegenheid het besluit te herstellen binnen zes weken.