Uitspraak
200903966/1/H3overwogen dat de omstandigheid dat [appellante] als gevolg van de weigering tot afgifte van de vog niet in aanmerking komt voor de beoogde functie, het bedoelde en voorziene gevolg van die weigering is en om die reden geen bijzondere omstandigheid, in verband waarmee de minister niettemin tot afgifte van de vog had moeten besluiten. De betogen falen.