Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
4.De beoordeling
5.De beslissing
echtscheidinguit tussen partijen, gehuwd te Amsterdam op 4 september 2002;
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden waarbij geen gemeenschap van goederen bestond en de kosten van de huishouding naar rato van inkomen werden verdeeld. De man verzocht de echtscheiding uit te spreken en een betaling van ruim €114.000,- van de vrouw wegens vermeende te veel betaalde huishoudkosten. De vrouw verzocht eveneens echtscheiding en partneralimentatie.
De rechtbank oordeelde dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en sprak de echtscheiding uit. De partneralimentatie werd vastgesteld op €1.741,- per maand, gebaseerd op de welstand tijdens het huwelijk, waarbij ook het vermogen van de man werd betrokken. De vrouw kon niet worden verplicht meer uren te werken vanwege leeftijd en gezondheid.
De man kon zijn vordering tot verrekening van huishoudkosten niet aannemelijk maken. De vrouw had geen administratie bijgehouden en er was geen sprake van periodieke afrekening. De rechtbank achtte het onredelijk dat de man met terugwerkende kracht kosten kon terugvorderen. Het verzoek werd afgewezen. Beide partijen dragen eigen proceskosten.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, partneralimentatie vastgesteld, verzoek tot verrekening kosten huishouding afgewezen.