ECLI:NL:HR:2010:BM7050
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over partneralimentatie en verwijst zaak terug
Partijen zijn in mei 2002 gehuwd en gingen feitelijk in februari 2007 uit elkaar. De man betaalde van juni 2007 tot oktober 2008 een maandelijkse bijdrage van € 3.000 aan de vrouw voor haar levensonderhoud. De rechtbank sprak op 20 september 2007 de echtscheiding uit. De vrouw vorderde een partneralimentatie van € 10.000 per maand, wat de rechtbank afwees. In hoger beroep stelde zij een behoefte van € 11.000 per maand, welke door de man werd betwist.
Het hof Amsterdam stelde de partneralimentatie vast op € 5.685 per maand, uitgaande van een forfaitaire maatstaf dat de huwelijksgerelateerde behoefte 60% van het voormalige netto gezinsinkomen bedraagt. De Hoge Raad oordeelde dat deze benadering onjuist is omdat de behoefte aan alimentatie in redelijkheid moet worden bepaald met inachtneming van alle relevante omstandigheden, zoals de aard en hoogte van inkomsten en uitgaven tijdens het huwelijk en de concrete of waarschijnlijk te verwachten kosten van levensonderhoud.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak voor verdere behandeling en beslissing naar het hof te 's-Gravenhage. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens tot vernietiging en verwijzing met kostencompensatie. De zaak betreft een belangrijke verduidelijking van de maatstaf voor het bepalen van partneralimentatie na echtscheiding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling van de partneralimentatie.