ECLI:NL:RBAMS:2014:5528

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 augustus 2014
Publicatiedatum
1 september 2014
Zaaknummer
13-751401-14
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 Wetboek van StrafrechtArt. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 7 OverleveringswetArt. 12 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Polen op grond van Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 augustus 2014 de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Regional Court in Gorzow Wielkopolski II Penal Division (Polen). De verdachte werd verdacht van diefstal met bedreiging en het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een resterende vrijheidsstraf van ruim twee jaar.

Tijdens de zitting werd de identiteit van de verdachte vastgesteld en verklaarde hij aanwezig te zijn geweest bij de behandeling van zijn zaak in Polen, waardoor de rechtbank aannam dat sprake was van een procedure op tegenspraak. De rechtbank concludeerde dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen en dat het feit waarvoor overlevering werd verzocht ook in Nederland strafbaar is, met een vergelijkbare strafmaat.

Gezien het ontbreken van weigeringsgronden en de naleving van de voorwaarden van de Overleveringswet, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751401-14
RK nummer: 14/3682
Datum uitspraak: 1 augustus 2014
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 3 juni 2014 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 12 januari 2011 door the Regional Court in Gorzow Wielkopolski II Penal Division (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum],
verblijfadres: [adres te plaats],
thans gedetineerd in het Huis van Bewaring "[locatie]" te [plaats];
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 juli 2014. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Al Mansouri.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van the Regional Court in Gorzow Wlkp. van 22 april 2010, met referentie II K 147/09.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 3 jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog 2 jaar, 7 maanden en
25 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
De rechtbank stelt vast dat het EAB geen informatie bevat over de aanwezigheid van de opgeëiste persoon bij de inhoudelijke behandeling van zijn zaak. De opgeëiste persoon verklaart dat hij in Polen zowel tijdens de behandeling van zijn zaak in eerste aanleg als bij de behandeling in hoger beroep aanwezig is geweest. Nu de rechtbank geen reden heeft om aan te nemen dat de opgeëiste persoon ondanks zijn eigen verklaring niet aanwezig was, gaat de rechtbank ervan uit dat sprake was van een procedure op tegenspraak in Polen. Artikel 12 OLW Pro is dan ook niet van toepassing.

4.Strafbaarheid

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW gestelde eisen.
De rechtbank stelt vast dat het feit waarvoor overlevering wordt verzocht, zowel naar het recht van Polen als naar Nederlands recht strafbaar is en dat op dit feit in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
Diefstal vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 312 Wetboek Pro van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan the Regional Court in Gorzow Wielkopolski II Penal Division (Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. H.P. Kijlstra, voorzitter,
mrs. S.J. Riem en A. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 1 augustus 2014.
Mr. A. van den Brink is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.