Eiseres, Stichting Jazz Orchestra of the Concertgebouw, vroeg een meerjarige subsidie aan bij het Fonds Podiumkunsten voor de periode 2013-2016. Ondanks een positief advies van de adviescommissie werd de aanvraag afgewezen vanwege een ontoereikend budget. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen de subsidieverleningen aan andere instellingen, waarvan sommige bezwaren niet-ontvankelijk werden verklaard.
De rechtbank oordeelt dat het advies van de adviescommissie niet op voldoende zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Eén commissie-lid had een persoonlijk belang bij een van de subsidieontvangers, wat de schijn van belangenverstrengeling wekte. Hierdoor had verweerder het advies niet mogen gebruiken als grondslag voor zijn besluit. Daarnaast werd geoordeeld dat verweerder het bezwaar van eiseres tegen subsidieverleningen aan twee andere instellingen ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het bezwaar van eiseres opnieuw inhoudelijk moet worden beoordeeld. Tevens wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. De rechtbank bespreekt ook de werkwijze van de Deelregeling en oordeelt dat het niet bijwonen van concerten door de adviescommissie en de gehanteerde indeling van genres en subgenres niet onzorgvuldig zijn.