Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Vonnis van de kantonrechter
[eiseres]
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
feiten en omstandigheden
vordering in conventie
verweer in conventie
vordering in reconventie
verweer in reconventie
beoordeling
- geen van partijen heeft een schriftelijke huurovereenkomst overgelegd;
- uit de beschrijving van de feitelijke levering in de eigendomsakte van [naam 2] d.d. 17 juni 1999 blijkt, dat op dat moment de 1e, 2e en 4e verdieping (zolder) zijn verhuurd;
- uit de brieven van [naam 2] in 1999 aan [eiseres] blijkt, dat [eiseres] op dat moment de zolderruimte in gebruik heeft;
- [naam 2] respecteert in 1999 het gebruiksrecht van [eiseres] op de zolderruimte en om de beschikking over de zolderruimte te krijgen, biedt [naam 2] [eiseres] een andere – nieuw te bouwen – inpandige bergruimte op de begane grond aan waarbij [naam 2] ook de feitelijke verhuizing voor zijn rekening neemt;
- de passage in de brief van 20 augustus 1999 “Dit is een afspraak gedurende de periode dat het pand mijn eigendom is” kan niet louter en alleen betekenen dat [eiseres] een persoonlijk recht tot gebruik van de bergruimte op de begane grond krijgt, maar kan bijvoorbeeld eveneens betekenen dat [eiseres] tot die tijd het gebruik van de berging op de begane grond heeft en dat als [naam 2] niet meer eigenaar is, zij weer de zolderruimte als berging in gebruik kan krijgen;
- uit de door [eiseres] overgelegde schriftelijke verklaringen blijkt dat [eiseres] gedurende zeer lange tijd het feitelijk gebruik van de zolder heeft gehad.