ECLI:NL:RBAMS:2014:8237

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 december 2014
Publicatiedatum
5 december 2014
Zaaknummer
13-751792-14 RK 14-6271
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 28 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor mishandeling

De Rechtbank Amsterdam behandelde op 5 december 2014 een verzoek tot overlevering van een persoon aan Litouwen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Kaunas Regional Court. De verdachte werd verdacht van mishandeling, strafbaar gesteld onder artikel 300 Sr Pro in Nederland en artikel 284 van Pro het Litouwse Wetboek van Strafrecht. De rechtbank bevestigde dat de feiten dubbel strafbaar zijn en dat de straf van ten minste twaalf maanden vrijheidsbeneming in beide landen geldt.

Tijdens de zitting op 21 november 2014, waarbij de verdachte werd bijgestaan door een advocaat en tolk, voerde de verdediging geen verweer tegen de overlevering. De rechtbank verlengde de uitspraaktermijn vanwege de late aanbieding van het EAB. Tevens werd vastgesteld dat de verdachte de Litouwse nationaliteit bezit en dat de identiteit correct was vastgesteld.

De officier van justitie gaf aan dat er ook een Duits EAB voor dezelfde persoon was, dat prioriteit geniet vanwege de ernst van de strafbare feiten en de aard van de vervolging. De Litouwse autoriteiten stemden hiermee in. De rechtbank achtte deze prioritering redelijk en besloot de overlevering aan Litouwen toe te staan, aangezien aan alle wettelijke vereisten was voldaan en er geen weigeringsgronden bestonden.

De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor gewoon rechtsmiddel. De overlevering betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van één jaar en zes maanden in Litouwen.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Litouwen toe voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van één jaar en zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751792-14
RK nummer: 14/6271
Datum uitspraak: 5 december 2014
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 september 2014 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 25 juni 2014 door the Kaunas Regional Court, Kaunas, Litouwen, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats], Litouwen, op [geboortedatum],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
uit anderen hoofde gedetineerd in de [detentie persoon]
,
hierna te noemen ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 21 november 2014. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R.A. Bosman.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. J.Y. Taekema, advocaat te Den Haag en door een tolk in de Litouwse taal. De raadsman heeft geen verweer tegen de verzochte overlevering gevoerd.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen, nu het op 28 augustus 2014 ontvangen EAB eerst op 25 september 2014 ter appointering is aangeboden.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

- een vonnis van the District Court in Marijampolè Local Area van 21 januari 2013
  • een vonnis van hetzelfde gerecht van 4 december 2013 en
  • een arrest (‘ruling’) van the Kaunas Regional Court van 21 maart 2014.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.
De vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB en nader omschreven in een brief van 13 november 2014, afkomstig van the Kaunas Regional Court. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel e) van het EAB en van de brief zijn als bijlagen 1 en 2 aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW gestelde eisen.
De rechtbank stelt vast dat de feiten naar Litouws recht gekwalificeerd zijn als:
violation of public order,als bedoeld in artikel 284 van Pro het Litouws Wetboek van Strafrecht. Deze kwalificatie is niet bepalend voor de kwalificatie naar Nederlands recht. De strafbaarheid naar Nederlands recht moet worden beoordeeld op grond van het materiële feitencomplex, dat zich met betrekking tot beide feiten laat kwalificeren als mishandeling (zie ook ECLI:NL:RBAMS:2012:5176 d.d. 11 september 2012).
De rechtbank stelt dan ook vast dat de feiten waarvoor overlevering wordt verzocht, zowel naar het recht van Litouwen als naar Nederlands recht strafbaar zijn en dat op deze feiten in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
mishandeling, meermalen gepleegd.

5.Artikel 28, vierde lid, OLW

De rechtbank stelt vast dat de autoriteiten van Duitsland de overlevering van dezelfde opgeëiste persoon hebben gevraagd. De officier van justitie is van oordeel dat – voor zover de overlevering op basis daarvan kan worden toegestaan – aan de tenuitvoerlegging van het EAB van de Duitse autoriteiten voorrang dient te worden gegeven nu het Duitse EAB een vervolging betreft en deze vervolging betrekking heeft op ernstige strafbare feiten, terwijl het Litouwse EAB betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf en de opgeëiste persoon de Litouwse nationaliteit heeft hetgeen een belemmering kan zijn voor zijn eventuele overlevering aan Duitsland vanuit Litouwen. De Litouwse autoriteiten hebben ingestemd met deze voorrang.
De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie in redelijkheid tot deze keuze heeft kunnen komen, zodat het oordeel van de officier van justitie kan worden bevestigd.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 300 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 28 Overleveringswet.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan the Kaunas Regional Court, Kaunas, Litouwen, ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,
mrs. H.P. Kijlstra en I.V. Ottens, rechters,
in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 5 december 2014.
De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.