Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Beslissing
spreekt verdachte daarvan vrij.
Rechtbank Amsterdam
Op 19 november 2014 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot woninginbraak op een adres in Amsterdam. De tenlastelegging betrof het met braak en geweld binnendringen van een woning met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.
Tijdens de terechtzitting van 5 november 2014 heeft de rechtbank kennisgenomen van de standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging. Het OM stelde dat het zwijgen van verdachte over zijn aanwezigheid nabij de plaats delict kort na de poging tot inbraak als bewijs kon dienen. De verdediging bepleitte vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat het signalement waarop de aanhouding was gebaseerd te weinig specifieke kenmerken bevatte om verdachte aan het delict te koppelen. Daarnaast waren de overige omstandigheden, zoals de vondst van gereedschap bij medeverdachte en verdachte, onvoldoende om de betrokkenheid van verdachte te bewijzen. Het zwijgen van verdachte kon daarom niet tegen hem worden gebruikt.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde feit niet bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, aangezien geen straf of maatregel werd opgelegd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot woninginbraak.