Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 maart 2014,
- de akte overlegging producties van SMM van 23 april 2014, met producties,
- de incidentele conclusie van onbevoegdheid en de conclusie van antwoord in het incident, met producties,
- het tussenvonnis in incident van 13 augustus 2014,
- de akte uitlaten na tussenvonnis in het incident van EWG,
- het vonnis in incident van 11 maart 2015 waarbij de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak tegen [naam 1] en [naam 2] ,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het tussenvonnis van 1 juli 2015 waarbij een comparitie van partijen is bepaald, met de daarin genoemde stukken,
- het proces-verbaal van comparitie van 12 november 2015 met de daarin genoemde stukken en proceshandelingen.