ECLI:NL:RBAMS:2015:1372
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen onmiddellijke sluiting coffeeshop wegens harddrugs
De burgemeester van Amsterdam heeft op 16 februari 2015 besloten tot onmiddellijke sluiting voor onbepaalde tijd van een coffeeshop na het aantreffen van 1,72 gram harddrugs tijdens een politiecontrole op 22 januari 2015. De harddrugs, bestaande uit cocaïne en MDMA, werden gevonden in een tas van een medewerkster achter de balie in een niet afgesloten kast. Verzoeker, exploitant van de coffeeshop sinds 1991, stelde dat het een eenmalig incident betrof en dat de medewerkster, die nog in haar proeftijd zat, inmiddels was ontslagen.
Verzoeker stelde dat de sluiting onevenredig was en dat een minder ingrijpende maatregel had kunnen volstaan, mede vanwege het verlies van banen en het faillissementsrisico. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd is tot bestuursdwang bij aanwezigheid van harddrugs, zonder dat bewezen hoeft te worden dat handel plaatsvindt. Het beleid van de burgemeester, neergelegd in een notitie, bepaalt sluiting bij aantreffen van 0,5 tot 5 gram harddrugs.
De rechter achtte het beleid niet onredelijk en vond dat de hoeveelheid en verpakking van de drugs wijzen op handel. De aanwezigheid van harddrugs van een medewerkster die tijdens werktijd aanwezig was, verhoogt het risico op vermenging met softdrugs. De belangenafweging wees uit dat het belang van handhaving van het coffeeshopbeleid zwaarder weegt dan het belang van verzoeker. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de onmiddellijke sluiting van de coffeeshop wordt afgewezen.