Uitspraak
200401581/1waarin de Afdeling heeft overwogen dat voor het ontstaan van de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen niet vereist is dat daadwerkelijk cocaïne is verhandeld.
Raad van State
De burgemeester van Delft heeft op 27 augustus 2004 besloten de coffeeshop 'Theehuis de Rits' voor de duur van één jaar te sluiten vanwege de aanwezigheid van harddrugs, vastgesteld door politieonderzoek. De sluiting werd gehandhaafd na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit niet rechtsgeldig was genomen, dat de feiten niet overeenstemden en dat het coffeeshopbeleid onzorgvuldig en onredelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit rechtsgeldig was genomen, de burgemeester bevoegd was bestuursdwang toe te passen en dat de aanwezigheid van cocaïne en heroïne voldoende aannemelijk was.
Verder werd geoordeeld dat het coffeeshopbeleid zorgvuldig bekend was gemaakt en niet onredelijk was, en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De sluiting van de coffeeshop wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.