Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2015:3381

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 mei 2015
Publicatiedatum
5 juni 2015
Zaaknummer
15/1961 (art. 552p Sv) en 15/1819 (art. 552a Sv)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 Verdrag Nederland-VSArt. 552p SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek rechtshulpverzoek Verenigde Staten wegens onduidelijkheid strafbedreiging

De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering ex artikel 552p Sv en een klaagschrift ex artikel 552a Sv in verband met een rechtshulpverzoek van de Verenigde Staten van Amerika. Het verzoek betrof het beschikbaar stellen van in beslag genomen stukken en de teruggaaf van goederen aan betrokkene.

Tijdens de procedure bleek dat het onderzoek niet volledig was omdat niet kon worden vastgesteld of aan de eisen van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken was voldaan. Dit artikel stelt voorwaarden aan de strafbedreiging verbonden aan het feit waarvoor rechtshulp wordt gevraagd.

Het feit waarop het verzoek betrekking heeft, namelijk bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, staat niet op het bij het verdrag behorende aanhangsel. Bovendien ontbrak informatie over de straf die de Verenigde Staten aan dit feit verbinden. De rechtbank besloot daarom het onderzoek te heropenen en te schorsen, zodat de officier van justitie nadere informatie kan inwinnen bij de Amerikaanse autoriteiten.

Na ontvangst van deze informatie zal de rechtbank aan partijen toestemming vragen om een eindbeschikking te wijzen zonder nadere zitting. De rechtbank beveelt tevens de oproeping van betrokkene voor een nader te bepalen datum en tijdstip.

Uitkomst: De rechtbank heropent en schorst het onderzoek om nadere informatie over de strafbedreiging volgens het rechtshulpverdrag in te winnen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

RK nummers: 15/1961 (art. 552p Sv) en 15/1819 (art. 552a Sv)
TUSSENBESCHIKKING
op:
- de vordering ex artikel 552p, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering d.d. 12 maart 2015 van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam. Deze vordering strekt tot het aan hem ter beschikking stellen van de in beslag genomen stukken van overtuiging, ter uitvoering van het verzoek om rechtshulp d.d. 31 oktober 2014 en het aanvullende verzoek om rechtshulp van 6 november 2014, afkomstig van de justitiële autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika, in de zaak tegen:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvende op het adres [adres, te plaats],
hierna: betrokkene,
- het op 17 maart 2015 namens betrokkene ingediende klaagschrift ex artikel 552a Sv. Dit klaagschrift strekt ertoe dat de onder betrokkene in beslag genomen goederen aan hem worden teruggeven.

1.Procesgang.

De rechtbank heeft op 20 maart 2015 betrokkene, de raadsman van betrokkene, mr. B.W. Newitt, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. De rechtbank
heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd aangehouden.
De rechtbank heeft vervolgens op 1 mei 2015 betrokkene, de raadsman van betrokkene, mr. B. Newitt, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. Met toestemming van de officier van justitie, betrokkene en zijn raadsman heeft de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing.

2.Beoordeling.

Het onderzoek is niet volledig geweest.
Artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken luidt als volgt:
Artikel 6 Uitvoering Pro van verzoeken tot huiszoeking en inbeslagneming
1.
De aangezochte Staat geeft gevolg aan verzoeken tot huiszoeking en inbeslagneming overeenkomstig zijn wetten en gebruiken, indien op het desbetreffende feit krachtens de wetten van beide Verdragsluitende Partijen een vrijheidsstraf is gesteld van meer dan een jaar, of, indien daarop een kortere vrijheidsstraf is gesteld dat feit is vermeld in de aanhangsel bij dit Verdrag. De bevoegde autoriteiten bedoeld in artikel 14 kunnen Pro schriftelijk wijzigingen van het Aanhangsel overeenkomen. Dergelijke wijzigingen treden in werking op een in een diplomatieke notawisseling vast te stellen datum.
Het feit waarop het rechtshulp verzoek betrekking heeft, kort gezegd bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, komt niet voor op het in artikel 6, eerste lid, bedoelde aanhangsel. Het rechtshulpverzoek noch het aanvullend rechtshulpverzoek meldt welke straf naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika op het feit is gesteld. Uit de overige stukken van het dossier kan de strafbedreiging evenmin worden afgeleid. De rechtbank kan dus niet kan nagaan of aan de eisen van artikel 6, eerste lid, is voldaan.
In verband daarmee zal de rechtbank het onderzoek heropenen, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen bij de justitiële autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika na te vragen welke straf naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika op het feit is gesteld.
Na ontvangst van het antwoord van de justitiële autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika zal de rechtbank aan de officier van justitie en betrokkene toestemming vragen een eindbeschikking te wijzen zonder nadere zitting.

3.Beslissing

HEROPENT en SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen bij de justitiële autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika na te vragen welke straf naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika op het feit is gesteld.
BEVEELTde oproeping van de betrokkene tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.
Deze tussenbeschikking is gegeven door
mr. H.P. Kijlstra, voorzitter,
mrs. S.J. Riem en M.J. Alink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.H. Glerum, griffier
en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank en kamer op 22 mei 2015.
De jongste rechter is buiten staat de tussenbeschikking te ondertekenen.