Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
- mensenhandel ten aanzien van [persoon 1] in de periodes van 1 oktober 2004 tot 1 januari 2005 (feit 1) en van 1 januari 2005 tot en met 13 maart 2005 (feit 2);
- deelneming aan een criminele organisatie bestaande uit verdachte en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] , welke organisatie het oogmerk had op het plegen van de misdrijven mensenhandel, valsheid in geschrifte en (gewoonte)witwassen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 20 april 2010.
3.Voorvragen
het opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting van vrouwen (te weten (onder meer): [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] ), werkzaam (geweest) in de werkkamers van kamerverhuurbedrijf ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’ en/of
het met gebruikmaking van (dwang)middelen vrouwen (te weten (onder meer): [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] ), werkzaam (geweest) in de werkkamers van kamerverhuurbedrijf ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’, dwingen en/of bewegen een of meer deelnemers aan de organisatie te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die anderen met of voor een derde.
- het relaas geen objectieve weergave is van de bevindingen zoals die blijken uit de processen-verbaal en de weergave van tapgesprekken is voorzien van conclusies van het onderzoeksteam;
- aan de verklaring van getuige [persoon 1] afgelegd op 16 december 2009 en/of op 11 januari 2011 gebreken kleven;
- uit verklaringen die getuigen hebben afgelegd bij de rechter-commissaris blijkt dat de processen-verbaal van de politie geen juiste weergave zijn van hetgeen de getuigen daar hebben gezegd en van hetgeen de verbalisanten de getuigen hebben voorgehouden alsmede dat de getuigen door de politie zijn beïnvloed, onder meer doordat het onderzoeksteam ook buiten de verhoren met bepaalde getuigen contact heeft onderhouden, zonder daarvan melding te maken in het proces-verbaal.
4.Waardering van het bewijs
- een (seksuele) relatie met die [persoon 1] aangegaan en onderhouden en
- die [persoon 1] onderdak verschaft en
- die [persoon 1] verteld schulden te hebben en vervolgens die [persoon 1] ervan overtuigd de inkomsten uit haar prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, af te staan en
- (gebruikmakend van haar gevoelens voor hem, verdachte) die [persoon 1] ertoe aangezet prostitutiewerkzaamheden te gaan en blijven verrichten en die [persoon 1] bewogen haar inkomsten van die prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, af te geven en/of haar inkomsten voor hem, verdachte, in haar woning achter te laten, en
- terwijl die [persoon 1] prostitutiewerkzaamheden verrichtte die [persoon 1] verantwoording af laten leggen over hoeveel zij reeds had verdiend en/of hoeveel klanten zij had gehad en
- een groot deel van de verdiensten uit de verrichtte prostitutiewerkzaamheden door die [persoon 1] laten afstaan en
- die [persoon 1] geslagen.
- een (seksuele) relatie met die [persoon 1] aangegaan en onderhouden en
- die [persoon 1] onderdak verschaft en
- die [persoon 1] verteld schulden te hebben en vervolgens die [persoon 1] ervan overtuigd de inkomsten uit haar prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, af te staan en
- (gebruikmakend van haar gevoelens voor hem, verdachte) die [persoon 1] aangezet tot het (blijven) verrichten van prostitutiewerkzaamheden en die [persoon 1] bewogen haar inkomsten van die prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, af te geven en/of haar inkomsten voor hem, verdachte, in haar woning achter te laten, en
- terwijl die [persoon 1] prostitutiewerkzaamheden verrichtte die [persoon 1] verantwoording af laten leggen over hoeveel zij reeds had verdiend en/of hoeveel klanten zij had gehad en
- een groot deel van de verdiensten uit de verrichtte prostitutiewerkzaamheden door die [persoon 1] laten afstaan en
- die [persoon 1] geslagen.
mensenhandel, als bedoeld in artikel 273f Wetboek van Strafrecht, bestaande die mensenhandel uit
het opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting van vrouwen, te weten: [persoon 2] en [persoon 3] en [persoon 4] en [persoon 5] , werkzaam in de werkkamers van kamerverhuurbedrijf ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’ en
valsheid in geschrifte, als bedoeld in artikel 225 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waarbij die valsheid bestond uit het valselijk opmaken van geschriften die betrekking hadden op de exploitatie van en/of vergunningen voor kamerverhuurbedrijf ' [kamerverhuurbedrijf 1] ’ te weten:
de ‘aanvraag vergunningen horecabedrijf /prostitutiebeleid’ op naam van [medeverdachte 3] betreffende de percelen [adres 1] d.d. 6 december 2006 en
de inschrijving bij de Kamer van Koophandel met ingang van 18 september 2009, waarmee de rechtsvorm van Kamerverhuur [kamerverhuurbedrijf 1] van een eenmanszaak naar een Vennootschap onder Firma (met vennoten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ) werd omgezet en
de inschrijving bij de Kamer van Koophandel met ingang van 19 september 2009, waarmee de rechtsvorm van Kamerverhuur [kamerverhuurbedrijf 1] van een Vennootschap onder Firma (met vennoten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ) werd omgezet naar een eenmanszaak, waarbij [medeverdachte 2] werd geregistreerd als eigenaar en
de inschrijving (met terugwerkende kracht) bij de Kamer van Koophandel met ingang van 19 september 2009, waarmee als eigenaar van Kamerverhuur [kamerverhuurbedrijf 1] [medeverdachte 3] werd geregistreerd en
de jaarrekening van ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’ over het jaar 2009 en
de ‘aanvullende aanvraagformulieren Natuurlijke Personen voor de prostitutiebranche (inclusief Bibob-vragen)’ op naam van [medeverdachte 2] betreffende de percelen [adres 1] d.d. 10 januari 2010 en
de overeenkomst “Overdracht onderneming [kamerverhuurbedrijf 1] ” d.d. 20 januari 2010 en
gewoonte witwassen, als bedoeld in artikel 420bis/ter van het Wetboek van Strafrecht, immers hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders geldbedragen, te weten huurbedragen ten behoeve van de werkkamers van kamerverhuurbedrijf ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’ verworven en voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte en zijn mededaders wisten dat deze geldbedragen onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.
[medeverdachte 1] en [verdachte] (hierna ook: [vedachte en medeverdachte] ) waren in de periode van belang respectievelijk eigenaar van en barman/bedrijfsleider in [café] (later genaamd [café] of [café] ) gevestigd op de [adres 2] in Amsterdam. Verder werden in de periode van belang via het bedrijf [kamerverhuurbedrijf 1] , gevestigd op de [adres 3] , acht werkkamers (op de [adres 1] , steeds twee ramen per huisnummer) verhuurd aan prostituees, onder wie de in de tenlastelegging vermelde vrouwen [persoon 2] , [persoon 2] , [persoon 2] en [persoon 2] . Zes werkkamers, op de [adres 1] , lagen tegenover café [café] en twee werkkamers, op de [adres 1] , lagen nagenoeg naast het café.
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
‘onder meer’welke twee keer vooraf gaan aan de vier met name genoemde vrouwen.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
38 maanden.