Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
- in de periode van 11 december 2011 tot en met 21 december 2011 heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting van ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABN AMRO) (feit 1 primair), dan wel medeplichtigheid aan (het medeplegen van) die oplichting (feit 1 subsidiair);
- in de periode van 28 november 2011 tot en met 9 januari 2012 heeft schuldig gemaakt aan het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven (feit 2).
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- Op 8 december 2011 heeft verdachte de klantgegevens van [rekeninghouder 1] in het banksysteem van ABN AMRO geraadpleegd en een nieuwe bankpas en een pinbrief ten behoeve van deze rekeninghouder aangevraagd. De vervangende bankpas is door de bank afgegeven, waarna die bankpas door (een) fraudeur(s) is bemachtigd.
- Nadat de nieuwe bankpas op 15 december 2011 werd geactiveerd, werd op 19 december 2011 met de bankpas ingelogd voor internetbankieren. Vervolgens werd vanaf de spaarrekening van [rekeninghouder 1] een geldbedrag van € 5.000,- overgeboekt naar haar betaalrekening.
- Op 20 december 2011 werden met de nieuwe bankpas vanaf de bankrekening van [rekeninghouder 1] geldbedragen van € 2.000,-, € 2.000,- en € 1.000,- contant opgenomen.
- Blijkens het dossier heeft de rekeninghouder niet om de nieuwe bankpas verzocht en was zij niet van de overboeking en opnames op de hoogte.
- Op 13 december 2011 heeft verdachte omstreeks 14.58 uur de klantgegevens van [rekeninghouder 2] in het banksysteem van ABN AMRO geraadpleegd en het adres van deze rekeninghouder gewijzigd. Vervolgens heeft verdachte omstreeks 15.05 uur de bankpas van [rekeninghouder 2] laten vervallen en een nieuwe bankpas aangevraagd. De nieuwe bankpas met nummer [nummer 1] is door de bank afgegeven, waarna die bankpas door (een) fraudeur(s) is bemachtigd en op 19 december 2011 is geprobeerd die bankpas te activeren.
- Blijkens het dossier heeft de rekeninghouder niet om de adreswijziging en nieuwe bankpas verzocht.
- Op 14 december 2011 heeft verdachte de klantgegevens van [rekeninghouder 3] in het banksysteem van ABN AMRO geraadpleegd en een nieuwe bankpas en een pinbrief op naam van deze rekeninghouder aangevraagd. De vervangende bankpas met nummer [nummer 2] is door de bank afgegeven, waarna die bankpas door (een) fraudeur(s) is bemachtigd.
- Nadat op 21 december 2011 de nieuwe bankpas werd geactiveerd, werden vanaf de bankrekening van [rekeninghouder 3] overgeboekt een geldbedrag € 86.999,85 naar de bankrekening van [persoon 1] , een totaalgeldbedrag van € 14.000,- naar de bankrekening van [persoon 2] , een geldbedrag van € 9.000,- naar de bankrekening van [persoon 3] en een geldbedrag van € 8.000,- naar de bankrekening van [persoon 4] .
- Blijkens het dossier heeft de rekeninghouder niet om de nieuwe bankpas verzocht en was hij van de overboekingen niet op de hoogte.
- het gaat om een rekeninghouder uit Amsterdam die in het bankfiliaal waar verdachte werkzaam was, in Den Haag, om een adreswijziging kwam verzoeken;
- de handtekening op het adreswijzigingsformulier, die volgens verdachte met moeite werd geplaatst, niet overeenkwam met de originele handtekening van [rekeninghouder 2] in het handtekeningensysteem van de bank;
- het handschrift van de handtekening op het adreswijzigingsformulier blijkens de aangifte van ABN AMRO gelijkenissen vertoonde met het handschrift van verdachte;
- verdachte de adreswijziging en pasaanvraag op naam van de rekeninghouder heeft doorgevoerd, terwijl het legitimatiebewijs dat ter identificatie aan verdachte was overhandigd, niet had mogen worden geaccepteerd vanwege een melding van het controlesysteem met betrekking tot de staat van legitimatiebewijs;
- de handtekening en foto op dat legitimatiebewijs niet overeenkwamen met de handtekening en foto van [rekeninghouder 2] in het banksysteem;
- [naam 2] – waarvan verdachte wist dat hij samen met [naam 1] personen naar het bankfiliaal van verdachte stuurde om zich aan de servicebalie voor te doen als zogenaamde rekeninghouders en die verdachte als een leidinggevende binnen de organisatie beschouwt – al in het filiaal aanwezig was toen de rekeninghouder bij hem aan de servicebalie verscheen.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit en van verdachte
7.Motivering van de straf
8.De vordering benadeelde partij
9.Toepasselijke wettelijke voorschriftenDe op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47, 48, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
10.Beslissingen
[verdachte]daarvoor strafbaar.
een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 100 (honderd) uren,met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis van 50 (vijftig) dagen zal worden toegepast, met bevel dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.