ECLI:NL:RBAMS:2015:514
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valse aangifte mensenhandel
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het doen van een valse aangifte van mensenhandel in de periode van augustus tot december 2010. Verdachte verklaarde slachtoffer te zijn geweest van mensenhandel en gedwongen prostitutie tussen 2008 en 2010, maar de rechtbank vond haar aangifte onvoldoende geloofwaardig vanwege het ontbreken van concrete ondersteunende informatie.
Hoewel verdachte onwaarheden had verteld over haar verblijf in Europa vóór 2008, kon de rechtbank niet uitsluiten dat zij daadwerkelijk slachtoffer was van mensenhandel in de genoemde periode. Getuigenverklaringen en een brief die beweerde dat verdachte had gelogen, konden niet betrouwbaar worden geacht.
De rechtbank concludeerde dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij. Het verzoek om getuigen te horen werd niet gehonoreerd vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor valse aangifte mensenhandel.