De rechtbank Amsterdam heeft op 24 september 2015 een beslissing genomen over een verzoek van verdachte om wijziging van de schorsingsvoorwaarde van zijn voorlopige hechtenis. De oorspronkelijke voorwaarde verplichtte verdachte zich eens per drie maanden te melden bij een politiebureau nabij zijn woonadres in Nederland. Verdachte verzocht om deze meldplicht te verplaatsen naar een politiebureau in de buurt van zijn woonadres in Spanje, waar hij zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft.
De officier van justitie stelde zich niet-ontvankelijk op, stellende dat het verzoek in strijd was met het stelsel van het recht om de rechtbank een opdracht te geven vanwege het niet-gebruik van bevoegdheden door het openbaar ministerie. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat verdachte wel degelijk het recht heeft een verzoek tot wijziging van schorsingsvoorwaarden in te dienen. Tevens stelde de rechtbank dat het openbaar ministerie niet discretionair kan besluiten om bevelen tot schorsing niet toe te zenden aan andere lidstaten.
De rechtbank nam daarbij het bewijs van inschrijving van verdachte in Spanje in aanmerking en concludeerde dat voldaan is aan de voorwaarde dat verdachte zijn vaste woon- of verblijfplaats in Spanje heeft. De rechtbank wees het verzoek toe en wijzigde de meldplicht zodat verdachte zich eens per drie maanden moet melden bij een politiebureau in de buurt van zijn Spaanse woonadres. Tevens gaf de rechtbank opdracht aan de officier van justitie om het schorsingsbevel en deze wijziging toe te zenden aan de Spaanse autoriteiten.
De rechtbank zag geen aanleiding om een financiële voorwaarde te verbinden aan de schorsing in Spanje, in lijn met het Kaderbesluit 2009/829/JBZ. De overige schorsingsvoorwaarden bleven ongewijzigd gehandhaafd.