Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- [kind 1], geboren te [plaats] op [datum] ;
- [kind 2], geboren te [plaats] op [datum] .
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot schorsing van een alimentatiebeschikking uit 2011. De man verzocht om schorsing van zijn alimentatieverplichtingen wegens een vermeende financiële noodsituatie. De vrouw voerde verweer en betwistte de ontvankelijkheid en gegrondheid van het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat de man ontvankelijk was in zijn verzoek, maar onvoldoende bewijs leverde van zijn financiële situatie. De overgelegde stukken boden onvoldoende inzicht in zijn inkomen en vermogen, waardoor niet kon worden vastgesteld dat een noodsituatie zou ontstaan bij voortzetting van de alimentatiebetalingen.
Daarom kwam de rechtbank niet toe aan een belangenafweging en wees het verzoek tot schorsing af. Proceskosten werden gecompenseerd vanwege de bijzondere relatie tussen partijen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet op een nader te bepalen datum.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van alimentatieverplichting wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van financiële nood.