Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2015 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
,stelt afkomstig te zijn uit Burundi en heeft geen rechtmatig verblijf in Nederland. Eiser stelt op 29 november 2013 een aanvraag formulier ingevuld te hebben voor opvang aan de Havenstraat (de zogenoemde Vluchthaven). Eiser is toegelaten tot de opvang in de Vluchthaven.
Gelet op de omstandigheid dat eiser vanwege een procedure met betrekking tot een aanvraag op basis van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet (Vw) 2000 niet wordt uitgezet in combinatie met de medische problematiek heeft verweerder voorts besloten eiser met ingang van 28 oktober 2014, de datum waarop verweerder bekend is geraakt met de voor de verstrekking benodigde gegevens, een uitkering te verstrekken vanuit het Fonds Gevolgen Vreemdelingenwetgeving (FGV) van € 450,- per maand.
De rechtbank volgt dit standpunt van verweerder niet. Het gaat immers om een financiële verstrekking. Een financiële verstrekking kan wel met terugwerkende kracht verleend worden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 980,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2015.