Uitspraak
1.[verzoeker 1]
[verzoeker 2]
[verzoeker 3]
1.[verzoeker 4]
[verzoeker 5]
Rechtbank Amsterdam
Verzoekers, bestaande uit verhuurders en huurders van een bedrijfsruimte voor de verkoop van antiekwaren, verzochten de rechtbank om goedkeuring van afwijkende bedingen in een nieuwe huurovereenkomst van vijf jaar. De huurders, die de bedrijfsruimte circa twintig jaar huren, wensen vanwege hun gevorderde leeftijd niet langer dan vijf jaar te huren. De bedingen betroffen onder meer het automatisch eindigen van de huurovereenkomst na vijf jaar zonder rechterlijke toetsing.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende is komen vast te staan dat de huurders behoren tot een categorie die de wettelijke huurbescherming niet behoeft. De bedingen tasten de rechten van de huurders wezenlijk aan, met name de mogelijkheid tot rechterlijke toetsing van de beëindiging en de mogelijkheid tot indeplaatsstelling bij bedrijfsbeëindiging. Deze rechten zijn van groot belang, vooral gezien de leeftijd van de huurders en het belang van het bedrijf als vermogensbestanddeel.
Verder stelde de rechtbank dat het doel van de afwijkende bedingen, namelijk het beperken van de huurperiode vanwege leeftijd, ook op andere wijze kan worden bereikt zonder de wettelijke bescherming aan te tasten. Het verzoek werd daarom afgewezen omdat de belangen van de huurders onvoldoende zijn meegewogen en de wettelijke bescherming niet zonder meer kan worden beperkt.
Uitkomst: Het verzoek tot goedkeuring van afwijkende bedingen in de huurovereenkomst wordt afgewezen omdat deze de rechten van de huurders wezenlijk aantasten zonder voldoende belang.