ECLI:NL:RBAMS:2015:7380
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verantwoording persoonsgebonden budget op grond van AWBZ
Eiser had een indicatie voor persoonlijke verzorging en ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor de periode 1 januari 2012 tot en met 19 juni 2012. Verweerder stelde de verantwoording van het pgb vast op nul euro, nadat bleek dat eiser niet voldeed aan de administratieve verplichtingen zoals opgenomen in de Regeling subsidies AWBZ. Eiser voerde aan dat hij zorg ontving van zijn broer en een zorgverlener in het buitenland, maar kon dit niet voldoende aantonen met de vereiste schriftelijke overeenkomsten en declaraties. Daarnaast werden betalingen contant gedaan, wat strijdig is met de regeling.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit rechtsgeldig was genomen door het bevoegde bestuursorgaan, ondanks administratieve fouten in de vermelding van de naam van het zorgkantoor. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet, omdat eiser geen ondubbelzinnige schriftelijke toezeggingen kon aantonen. Ook de stelling dat verweerder tekort was geschoten in zijn informatieplicht werd verworpen, aangezien eiser voldoende informatie had kunnen verkrijgen en hulp had kunnen inschakelen.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om het pgb op nihil vast te stellen en terug te vorderen, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het pgb aan zorg was besteed. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de pgb-verantwoording en terugvordering is ongegrond verklaard.