Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
nauwe en bewuste samenwerkingmet (een) ander(en) gericht op het voltooien
(gezamenlijk uitvoeren)van het delict. De vraag wanneer de samenwerking in de praktijk zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval.
5.Bewezenverklaring
- die [persoon 5] geholpen met de reis van Hongarije naar Nederland
- die [persoon 5] tijdens haar werkzaamheden gecontroleerd en verantwoording aan haar, verdachte, af laten leggen over haar werkzaamheden en verdiensten, door die [persoon 5] te bellen en aan te sporen haar, verdachte, te bellen als zij een klant had en door te geven hoeveel geld zij had verdiend en
- die [persoon 5] gezegd dat zij meer geld moet verdienen om haar, verdachte, en haar mededader in hun levensonderhoud te voorzien
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel
mogelijkheidom strafvervolging of bestraffing achterwege te laten wanneer de schuldige als slachtoffer van mensenhandel tot het plegen van het strafbare feit is gedwongen. Die mogelijkheid verschaft de Nederlandse strafwetgeving reeds. Zo kan het Openbaar Ministerie op grond van het opportuniteitsbeginsel gebruik maken van de mogelijkheid om dit soort zaken te seponeren. En als een dergelijke zaak toch voor de rechter wordt gebracht, biedt artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht de mogelijkheid van een rechterlijk pardon”.
10.Beslissing
[verdachte] ,daarvoor strafbaar.
41 (eenenveertig) dagen.