Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 oktober 2015 in de zaak tussen
[naam] , te Amsterdam, eiser
de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De Nederlandse Zorgautoriteit verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om inzage in gedetailleerde DBC-gegevens van zorgaanbieders, waaronder aantallen gedeclareerde zorgproducten en prijzen per DBC-zorgproduct per aanbieder.
Verweerder weigerde deze informatie te verstrekken, stellende dat het bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die vertrouwelijk zijn en beschermd worden door artikel 10 Wob Pro. De rechtbank oordeelde dat de gevraagde gegevens inderdaad inzicht geven in de afzet, kring van afnemers en financiële bedrijfsvoering van zorgaanbieders, en daarom als bedrijfs- en fabricagegegevens moeten worden aangemerkt.
De rechtbank verwierp de stelling van eiser dat de zorgmarkt als gereguleerde markt transparanter moet zijn en dat openbaarmaking geen schade zou veroorzaken. Ook werd geen verplichting tot openbaarmaking gevonden in de Wet marktordening gezondheidszorg of de Wet Oneerlijke Handelspraktijken.
Procesrechtelijke klachten over vermeende vooringenomenheid en onjuiste toepassing van de Wob werden eveneens afgewezen. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft geweigerd de gevraagde informatie openbaar te maken en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de Nederlandse Zorgautoriteit wordt ongegrond verklaard en de weigering tot openbaarmaking van de gevraagde DBC-gegevens bevestigd.