Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.De gronden van de beslissing
3.Standpunt appellant
4.Standpunt Openbaar Ministerie
5.Oordeel van de rechtbank
6.Beslissing
ONGEGROND.
Rechtbank Amsterdam
Appellant wordt vervolgd in het strafrechtelijk onderzoek Vandros vanwege betrokkenheid bij meerdere levensdelicten en deelname aan een criminele organisatie. De officier van justitie vorderde het horen van een getuige, aangeduid als Q5, die in een gerelateerd onderzoek Passage al de status van bedreigde anonieme getuige heeft.
De rechter-commissaris had bij beschikking bepaald dat de identiteit van Q5 bij het verhoor verborgen blijft. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze beslissing, stellende dat er geen actuele bedreiging meer zou zijn en dat de rechter-commissaris niet het juiste toetsingscriterium had gehanteerd.
De rechtbank oordeelt dat de status van bedreigde getuige onherroepelijk is en dat de verwevenheid van de onderzoeken Passage en Vandros rechtvaardigt dat Q5 ook in het huidige onderzoek die status behoudt. De rechtbank acht de dreiging actueel, mede gelet op de aard van de verdenkingen tegen appellant en de criminele organisatie.
De rechtbank concludeert dat de beslissing van de rechter-commissaris voldoet aan de wettelijke criteria van artikel 226a Sv en verklaart het hoger beroep ongegrond. De identiteit van Q5 blijft dus verborgen tijdens het verhoor in het onderzoek Vandros.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de status van bedreigde anonieme getuige van Q5 blijft gehandhaafd.