Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 november 2015 in de zaak tussen
[naam] , te Amsterdam, eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontvangt een bijstandsuitkering en woont samen met zijn 90-jarige moeder, die een AOW-uitkering heeft. Verweerder heeft de kostendelersnorm toegepast, waardoor de uitkering van eiser werd verlaagd tot 50% van het wettelijk minimumloon. Eiser betoogde dat deze verlaging onrechtmatig is en in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat hij mantelzorg verleent en daardoor extra kosten maakt.
De rechtbank overweegt dat de kostendelersnorm wettelijk is verankerd in artikel 22a van de Participatiewet en een legitiem doel dient, namelijk het toekomstbestendig houden van de bijstand en het voorkomen van stapeling van uitkeringen binnen een huishouden. De rechtbank stelt vast dat eiser en zijn moeder een huishouden delen en dat eiser geen concrete financiële gegevens heeft verstrekt waaruit blijkt dat hij onevenredig wordt getroffen.
De rechtbank wijst het beroep af omdat de toepassing van de kostendelersnorm niet disproportioneel is en geen strijd oplevert met het eigendomsrecht zoals beschermd door het EVRM. Ook is geen sprake van ongelijke behandeling, aangezien de compensatieregeling voor niet-rechthebbende partners niet op eiser van toepassing is. Het bestreden besluit blijft in stand en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van de kostendelersnorm op de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.