ECLI:NL:CRVB:2011:BR3541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-toeslag wegens woonplaats in land met Wet BEU
Appellant, geboren in Nederland en woonachtig in Singapore, kreeg een AOW-pensioen toegekend ter hoogte van 86% van het gehuwdenpensioen, zonder toeslag vanwege de Wet BEU die export van uitkeringen beperkt voor bepaalde landen. Hij maakte bezwaar tegen het niet toekennen van de toeslag, maar dit werd ongegrond verklaard door de Sociale Verzekeringsbank en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn eigendomsrecht volgens artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens was geschonden. De Raad oordeelde dat appellant ten tijde van de inwerkingtreding van artikel 8a AOW geen bestaand recht had op toeslag en dat de ontneming van een eventuele toekomstige aanspraak gerechtvaardigd is.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat de Wet BEU een legitiem doel dient, namelijk de controle op rechtmatigheid van in het buitenland verstrekte pensioenen, en dat de beperking van toeslagen proportioneel en in het algemeen belang is. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de AOW-toeslag bevestigd.