ECLI:NL:RBAMS:2015:883
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen onmiddellijke sluiting coffeeshop wegens aantreffen harddrugs
De burgemeester van Amsterdam heeft op 16 februari 2015 besloten tot onmiddellijke sluiting voor onbepaalde tijd van een coffeeshop in Amsterdam nadat bij een politiecontrole op 22 januari 2015 harddrugs werden aangetroffen. De exploitant van de coffeeshop stelde bezwaar in en verzocht om een voorlopige voorziening tegen het besluit.
Tijdens de zitting op 17 februari 2015 werd vastgesteld dat in een tas van een medewerkster, die nog in haar proeftijd was, 1,72 gram harddrugs werd gevonden, verpakt en achter de balie in een niet afgesloten kast. De exploitant voerde aan dat het een eenmalig incident betrof en dat de medewerkster de drugs van haar vriend had meegenomen zonder dit te melden. De medewerkster werd direct ontslagen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd is tot onmiddellijke sluiting bij aanwezigheid van harddrugs, ongeacht of er sprake is van handel of verwijtbaarheid. De hoeveelheid aangetroffen harddrugs viel binnen de handelshoeveelheid volgens het beleid en de verpakking en aanwezigheid in de werkruimte vormden een risico op vermenging met softdrugs.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van de burgemeester bij handhaving van het coffeeshopbeleid zwaarder weegt dan het belang van de exploitant en zijn werknemers. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de onmiddellijke sluiting van de coffeeshop wordt afgewezen.