ECLI:NL:RBAMS:2016:2118

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 april 2016
Publicatiedatum
13 april 2016
Zaaknummer
CV EXPL 15-21830
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 lid 2 BWDrinkwaterwet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen betalingsverplichting bij ongevraagde levering van drinkwater

Waternet, exclusief leverancier van drinkwater in Amsterdam, vordert betaling van €900,42 en machtiging tot onderbreking van de waterlevering aan [gedaagde], die het gebruik van water betwist en geen overeenkomst erkent.

De rechtbank stelt vast dat Waternet onvoldoende bewijs levert voor het bestaan van een leveringsovereenkomst met [gedaagde]. Het enkele feit dat [gedaagde] op het adres staat ingeschreven en water heeft verbruikt, is onvoldoende om een contractuele relatie aan te nemen. Waternet heeft geen reactie of eerdere betaling van [gedaagde] kunnen aantonen.

De rechtbank past artikel 7:7 lid 2 BW Pro toe, dat bepaalt dat bij ongevraagde levering aan een natuurlijk persoon geen betalingsverplichting ontstaat en dat het uitblijven van reactie geen aanvaarding betekent. Daarom is [gedaagde] niet onrechtmatig jegens Waternet en hoeft zij niet te betalen.

De zaak wordt verwezen naar een volgende rolzitting om partijen alsnog te laten uitlaten over de vraag of de levering ongevraagd was en de toepasselijkheid van artikel 7:7 lid 2 BW Pro. Indien dit artikel van toepassing is, mag Waternet de levering onderbreken zolang geen overeenkomst is gesloten. De rechtbank verleent Waternet daarom een machtiging tot onderbreking van de wateraansluiting.

Alle overige beslissingen worden aangehouden. Het vonnis is gewezen door kantonrechter L. van Berkum op 4 april 2016.

Uitkomst: Geen betalingsverplichting voor ongevraagde levering van water; zaak verwezen voor nadere toelichting over toepasselijkheid artikel 7:7 lid 2 BW.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 4383626 CV EXPL 15-21830
vonnis van: 4 april 2016
fno.: 991

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

de stichting

Stichting Waternet,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
nader te noemen: Waternet,
gemachtigde: R.W.H. van Dijk,
t e g e n

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
nader te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

  • de dagvaarding van 14 augustus 2015;
  • de conclusie van antwoord van [gedaagde] ;
  • het instructievonnis;
  • de conclusie van repliek, met producties.
Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] geen conclusie van dupliek genomen. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1.1.
Waternet is krachtens de Drinkwaterwet exclusief belast met het leveren van drinkwater door leidingen in de gemeente Amsterdam. De drinkwaterlevering kan alleen in de woning worden onderbroken.
1.2.
[gedaagde] is bewoner van de woning aan het [adres] .
1.3.
Waternet heeft drinkwater geleverd op het adres [adres] en heeft [gedaagde] hiervoor een drietal facturen doen toekomen.
1.4.
[gedaagde] is bij brief van 25 maart 2015 aangemaand om de vordering binnen een termijn van veertien dagen te voldoen zonder bijkomende kosten.
1.5.
[gedaagde] heeft de facturen niet voldaan en daarom heeft Waternet haar vordering ter incasso uit handen gegeven.

Vordering en standpunten partijen

2. Waternet vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, machtiging om de (drink)wateraansluiting te onderbreken en onderbroken te houden zolang de geldvordering niet is voldaan, ontruiming van de woning om toegang tot de watermeetinrichting te verkrijgen en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 900,42, vermeerderd met rente en kosten.
3. Waternet stelt daartoe dat zij met [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten tot levering van drinkwater, dat zij drinkwater heeft geleverd en dat [gedaagde] daarvoor de overeengekomen vergoeding is verschuldigd. Subsidiair (indien [gedaagde] niet als contractant kan worden aangemerkt) stelt Waternet dat [gedaagde] uit hoofde van onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de schade die Waternet heeft geleden ten gevolge van het onrechtmatige waterverbruik door [gedaagde] .
4. [gedaagde] betwist een leveringsovereenkomst met Waternet te hebben gesloten en betwist daarom dat zij betaling is verschuldigd.

Beoordeling

5. Tegenover de betwisting van [gedaagde] , heeft Waternet onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat zij met [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten. De enkele omstandigheid dat [gedaagde] op het onderhavige adres staat ingeschreven en dat zij daar water heeft verbruikt, is daarvoor in ieder geval onvoldoende. Dit zou anders kunnen zijn indien vast zou komen te staan dat [gedaagde] in het verleden wel facturen heeft betaald, dan wel andere handelingen heeft verricht, waardoor Waternet er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij het aanbod van waterlevering heeft aanvaard. Nu gesteld noch gebleken is dat dit het geval is, sterker, Waternet stelt dat ze nimmer enige reactie van [gedaagde] heeft gehad, is voorshands de conclusie dat tussen partijen geen overeenkomst tot waterlevering tot stand is gekomen en dat waternet ongevraagd water aan [gedaagde] heeft geleverd.
6. In dat geval is artikel 7:7 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing, waarin is bepaald dat bij ongevraagde levering van water aan een natuurlijk persoon geen verplichting tot betaling ontstaat, dat het uitblijven van een reactie van die persoon op de ongevraagde levering niet als aanvaarding kan worden aangemerkt en dat hij/zij bevoegd is om het geleverde water om niet te behouden. Gevolg hiervan is dat [gedaagde] , ook als zij het water heeft verbruikt, niet onrechtmatig jegens Waternet heeft gehandeld en dat zij voor het verbruikte water niets is verschuldigd. Nu partijen zich echter niet specifiek over de vraag of het water ongevraagd is geleverd en over de toepasselijkheid in dat geval van artikel 7:7 lid 2 BW Pro hebben uitgelaten, worden zij daartoe alsnog in staat gesteld. De zaak wordt daarom verwezen naar de rol van 2 mei 2016.
7. Indien artikel 7:7 lid 2 BW Pro van toepassing is, is Waternet gerechtigd de ongevraagde levering te onderbreken. Gesteld noch gebleken is immers dat [gedaagde] alsnog een overeenkomst tot levering van water met Waternet wenst te sluiten. Uit de omstandigheid dat zij nimmer heeft gereageerd op de verschillende brieven van Waternet, wordt juist afgeleid dat zij geen overeenkomst wenst te sluiten. Nu Waternet zonder medewerking van [gedaagde] de ongevraagde levering echter niet kan onderbreken, zal de machtiging om de (drink)wateraansluiting te onderbreken en onderbroken te houden totdat een overeenkomst tot stand is gekomen, in dat geval worden verleend. [gedaagde] handelt immers in strijd met de maatschappelijke betamelijkheid door enerzijds geen overeenkomst te willen sluiten, maar anderzijds wel gebruik te blijven (laten) maken van het geleverde water en daarvoor niet te betalen.
8. Alle overige beslissingen worden aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van
2 mei 2016voor akte uitlaten van partijen zoals hiervoor onder 6 is overwogen;
houdt alle overige beslissingen aan.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. L. van Berkum en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.