Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 april 2016 in de zaak tussen
[de vrouw] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Het algemeen bestuur van het stadsdeel Zuid van Amsterdam verleende vergunningen voor een ponton en zes rondvaartboten aan de derde-partij, waarna eisers bezwaar maakten en beroep instelden tegen het bestreden besluit dat deze vergunningen handhaafde.
De rechtbank oordeelt dat het ponton voldoet aan de definitie van een bedrijfsvaartuig volgens de Verordening op het binnenwater 2010 (VOB) en niet als object kan worden aangemerkt. De ligplaatsvergunning kan worden verleend indien de overige benodigde vergunningen, waaronder omgevingsvergunningen, kunnen worden verkregen. De rechtbank stelt vast dat het ponton legaliseerbaar was en dat de omgevingsvergunning inmiddels van rechtswege is verleend.
Verder concludeert de rechtbank dat de activiteiten op het ponton, zoals opslag van dranken en het voorzien van een oplaadpunt, watergebonden zijn en de exploitatie van de rondvaartboten faciliteren. Ook de overschrijding van het bestemmingsvlak door de rondvaartboten vormt geen belemmering voor de vergunningverlening, mede vanwege het gebruiksovergangsrecht en de beoordeling van nautische veiligheid.
Ten slotte oordeelt de rechtbank dat het verlenen van ligplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd gerechtvaardigd is, ondanks het beleid van het stadsdeel en de Dienstenrichtlijn, omdat wijziging en intrekking van de vergunning mogelijk zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verlening van ligplaatsvergunningen voor het ponton en de rondvaartboten wordt ongegrond verklaard.