ECLI:NL:RBAMS:2016:2704
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Tijselink
- A.J. Bongers-Scheijde
- M.C.M. Hamer
- Rechtspraak.nl
Beroep werkgever tegen toekenning WIA-uitkering en premietoerekening
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van Manpower B.V. tegen het besluit van het UWV tot toekenning van een WIA-uitkering aan een werknemer en de daarmee samenhangende premietoerekening. Werkgever stelde dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag onjuist was vastgesteld, omdat de werknemer al arbeidsongeschikt zou zijn bij indiensttreding, waardoor de uitkering niet aan haar als eigenrisicodrager toegerekend zou moeten worden.
De rechtbank overwoog dat in procedures betreffende toekenning van Ziektewet- en WGA-uitkeringen slechts de rechtmatigheid van die toekenning aan de orde is en dat toerekeningsvraagstukken bij de inspecteur aan de orde zijn. De stelling van werkgever dat de arbeidsongeschiktheid eerder was ingetreden, werd inhoudelijk beoordeeld, mede gelet op jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
Uit het dossier bleek dat de werknemer vanaf 11 januari 2010 een Ziektewetuitkering ontving, maar onvoldoende onderbouwing was geleverd voor een eerdere arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering. De rechtbank stelde dat verweerder niet verplicht was nader onderzoek te doen op enkele stelling van werkgever zonder concrete aanwijzingen. Ook de overige bezwaren van werkgever, zoals over de mate van beperkingen en de vaststelling van de maatman, werden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de gevorderde proceskosten en deskundigenkosten af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 11 februari 2016 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van werkgever tegen het besluit tot toekenning van de WIA-uitkering en premietoerekening is ongegrond verklaard.