Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the District Court in Zamość Second Penal Division(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
- een vonnis van 22 februari 2005 van
- een vonnis van 18 september 2014 van
4.Strafbaarheid
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 11 OLW Pro
dangerous detainee regime.
dangerous detainee regimeeen rol speelt bij het oordeel dat sprake is van een schending van artikel 3 EVRM Pro (Piechowicz v. Poland van 17 april 2012, no. 20071/07, Horych v. Poland van 17 april 2012 (no 13621/08), Chyla v. Poland van 3 februari 2016 (no. 8384/08), Prus v. Poland van 12 april 2016 (no. 5136/11), Swiderski v. Poland van 16 februari 2016 (no. 5532/10) en Paluch v. Poland van 16 februari 2016 (no. 57292/12).
“However, despite the above-mentioned measures (both those planned and those already implemented), overcrowding remained a problem in all the establishments visited. Efforts had been made to ensure that prisoners were offered at least 3 m2 of living space in multi occupancy cells. As for the CPT’s standard of at least 4 m2 of living space per prisoner, it was met in some of the cells in the prisons visited, but this was not the case for most prisoners.”
dangerous detainee regimezal worden geplaatst, aldus de raadsvrouw.
CPT’s standard of at least 4 m2 of living space per prisoner.Het EHRM heeft hieromtrent herhaaldelijk [3] als volgt overwogen:
overcrowdingook het volgende:
overcrowdingin juni 2013 dus nog als een probleem wordt gezien door het CPT, blijkt uit het rapport ook dat bijna bij alle gedetineerden wordt voldaan aan het vereiste van 3 m2 per gevangene, waarbij wordt opgemerkt dat in 2013 en 14 nog ruim 1200 extra gevangenisplekken worden gecreëerd, waardoor het 3 m2-criterium voor alle gevangenen zou gelden.
dangerous detainee regime. Zij heeft verwezen naar uitspraken van het EHRM waarin een schending van artikel 3 EVRM Pro is aangenomen, vanwege de manier waarop in die zaken aan dit regime invulling is gegeven, dan wel omdat dit regime te lang werd toegepast. Specifieke omstandigheden van deze gevallen betroffen onder meer het constant filmen van de gedetineerde, het vastketenen van handen en voeten van de gedetineerde buiten zijn cel en het meerder malen per dag moeten ondergaan van een lichamelijk onderzoek. De wijze waarop het
dangerous detainee regimewordt ingevuld kan dus leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro. Het geplaatst worden onder dit regime leidt op zichzelf niet reeds tot een dergelijke schending. Het EHRM beoordeelt ook niet of een detentieregime in zijn algemeenheid tot een schending van artikel 3 EVRM Pro leidt, maar beoordeelt of hiervan in het specifieke geval sprake is. [4] De meest recente uitspraken waarnaar is verwezen zien op detentie in 2010, 2011 tot en met juli 2012.
dangerous detainee regimegeplaatst zal worden – de gegevens uit de door de raadsvrouw aangehaalde uitspraken niet duiden op structurele of fundamentele gebreken van de Poolse detentieomstandigheden, noch op gebreken die bepaalde groepen van personen raken of bepaalde detentiecentra betreffen.
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the District Court in Zamość Second Penal Division(Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.