Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 januari 2016 in de zaak tussen
[eiser], te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2016.
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontving een persoonsgebonden budget (pgb) over de jaren 2010 tot en met 2012 en kocht daarmee zorg in bij stichting Vrienden van Tom, waarvan de bestuurder strafrechtelijk is veroordeeld voor fraude met pgb gelden. De fraude bestond onder meer uit het laten storten van pgb-gelden op de privérekening van de bestuurder, waarna geld deels werd teruggestort aan budgethouders.
Verweerder heeft het pgb ingetrokken en het bedrag van €73.950,- teruggevorderd omdat eiser geld op de privérekening van de bestuurder heeft gestort en deels terugontving, en omdat de verantwoordingsstukken onjuist waren. Eiser erkende tijdens een transactiegesprek dat de verantwoordde zorg deels niet was verleend en dat hem geld werd toegestopt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was tot intrekking en terugvordering omdat eiser zich niet aan de verplichtingen hield zoals neergelegd in artikel 2.6.9 van de Regeling Subsidies AWBZ. De belangenafweging valt uit in het voordeel van verweerder, omdat eiser wist dat pgb-geld niet aan zorg werd besteed en er geen onaanvaardbare gevolgen zijn gebleken.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van het pgb wordt ongegrond verklaard.