ECLI:NL:CRVB:2015:187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.J. Schaap
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering PGB wegens niet-verantwoorde besteding ondanks persoonlijke omstandigheden
Appellant, als erfgenaam van zijn overleden echtgenote, betwistte de terugvordering van een persoonsgebonden budget (PGB) door het Zorgkantoor omdat de besteding niet was verantwoord. Het Zorgkantoor had het PGB toegekend voor 2009, maar stelde vast dat een deel van het budget niet verantwoord was en vorderde dit bedrag terug.
Appellant voerde aan dat zijn echtgenote niet verantwoordelijk kon worden gehouden vanwege haar alcoholverslaving en het niet reageren van de zorgverlener die tevens budgetbeheerder was. Ook wees hij op zijn eigen beperkte verstandelijke vermogens, schuldenpositie en beschermingsbewind. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de verantwoording van het PGB de eigen verantwoordelijkheid van de verzekerde is, ook als het beheer aan een derde is uitbesteed. De persoonlijke omstandigheden van appellant en zijn echtgenote rechtvaardigen geen afwijking van deze regel. Daarnaast is het Zorgkantoor bevoegd om onverschuldigd betaalde voorschotten terug te vorderen, met inachtneming van een belangenafweging en de mogelijkheid tot uitstel van betaling.
De Raad concludeerde dat het Zorgkantoor in redelijkheid tot haar besluiten heeft kunnen komen en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn belangen door de terugvordering onevenredig worden geschaad. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het PGB wegens niet-verantwoorde besteding ondanks persoonlijke omstandigheden van appellant.