Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2016 in de zaak tussen
[de vrouw] , te Amsterdam, eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres, eigenaar van een verhuurd appartement in Amsterdam, betwistte de vastgestelde WOZ-waarde voor 2015 van €205.500 en stelde dat deze niet hoger dan €90.000 mocht zijn, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad over de werkelijke waarde in het economische verkeer (WEV) bij verhuurde woningen.
De rechtbank overwoog dat het arrest van de Hoge Raad betrekking had op de inkomstenbelasting en niet op de Wet WOZ. Volgens artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ wordt de waarde bepaald op basis van de volle en onbezwaarde eigendom, waarbij het feit dat het object verhuurd is geen invloed heeft op de WOZ-waarde.
Verweerder had met een taxatierapport en vergelijkingsobjecten aangetoond dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was. Eiseres betwistte de vergelijkingsobjecten niet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het verhuurde appartement wordt ongegrond verklaard.