ECLI:NL:RBAMS:2016:4156

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 juni 2016
Publicatiedatum
6 juli 2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 1004
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van geldige machtiging van minderjarige

De zaak betreft een beroep van mr. Oude Middendorp namens een minderjarige, [naam 1], tegen een weigering van de William Schrikker Groep om het dossier van de minderjarige af te geven. Mr. Oude Middendorp stelde dat hij gemachtigd was namens de minderjarige op te treden en overlegde een handgeschreven brief in het Spaans, vertaald door de vader van de minderjarige.

Tijdens de zitting verklaarde mr. Oude Middendorp dat hij de inhoud van de brief niet kende en dat hij alleen handelde op basis van de vertaling van de vader, die sinds maart 2015 het gezag over de minderjarige heeft. De rechtbank oordeelde dat deze vertaling en de brief onvoldoende bewijs vormen voor een geldige machtiging, zeker gezien de tegenstrijdige belangen tussen de minderjarige en de ouder.

Omdat niet is aangetoond dat de minderjarige mr. Oude Middendorp heeft gemachtigd om namens hem te procederen, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 15/1004
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juni 2016 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , Bolivia, hierna: [naam 1] ,

en

William Schrikker Groep

(gemachtigde: mr. T.I. Visser).

Procesverloop

Bij brief van 13 januari 2015 heeft de William Schrikker Groep
mr. A.J.R. Oude Middendorp (hierna mr. Oude Middendorp) meegedeeld afgifte dan wel afschrift van het dossier van [naam 1] te weigeren. Namens [naam 1] heeft mr. Oude Middendorp tegen die beslissing beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juni 2016. [naam 1] is niet verschenen.
Mr. Oude Middendorp is verschenen. De William Schrikker Groep heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was namens de William Schrikker Groep ter zitting aanwezig [naam 2] .
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Mr. Oude Middendorp heeft gesteld dat hij namens [naam 1] als gemachtigde optreedt. Ter onderbouwing heeft mr. Oude Middendorp een kopie van een in de Spaanse taal opgestelde, handgeschreven en naar gesteld van [naam 1] afkomstige brief overgelegd. Deze brief was als bijlage gevoegd bij een e-mailbericht van 24 september 2014, afkomstig van het e-mailadres van de vader van [naam 1] . Het e-mailbericht bevat volgens mr. Oude Middendorp de vertaling van de brief van [naam 1] . De vader van [naam 1] zou de brief hebben vertaald uit het Spaans. De tekst van het e-mailbericht luidt:
Beste meneer Oude Middendorp,
In Nederland hebben gemene mensen mij veel pijn en verdriet gedaan. Kunt u zorgen dat zij daarvoor straf krijgen?
[eiser]
2. Desgevraagd heeft mr. Oude Middendorp ter zitting verklaard zelf niet te weten wat er in de handgeschreven brief staat omdat hij de Spaanse taal niet beheerst. Hij is afgegaan op de vertaling van de vader van [naam 1] in de e-mail van 24 september 2014. Verder heeft mr. Oude Middendorp ter zitting desgevraagd verklaard dat hij via [naam 3] , de oma van [naam 1] , contact heeft gehad met de vader van [naam 1] en dat de vader van [naam 1] hem heeft gemachtigd te procederen. Daarbij heeft mr. Oude Middendorp er op gewezen dat de vader van [naam 1] sinds 24 maart 2015 het gezag over [naam 1] heeft. Mr. Oude Middendorp heeft nooit met [naam 1] zelf gesproken.
3. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat [naam 1] mr. Oude Middendorp heeft gemachtigd namens hem te procederen. De e-mail van het e-mailadres van de vader van [naam 1] met daarin de gestelde vertaling - door de vader - van de brief van [naam 1] is onvoldoende om dit te kunnen aannemen. Mr. Oude Middendorp heeft geen kennis genomen van de inhoud van de brief zelf. Bovendien geldt dat juist in een geval van een minderjarige zoals [naam 1] , waar sprake is van tegenstrijdige belangen met (een van) de ouders, meer nodig is dan een brief met een dergelijke - zeer magere - inhoud. Dat mr. Oude Middendorp door de vader van [naam 1] is gemachtigd, betekent niet dat [naam 1] mr. Oude Middendorp heeft gemachtigd namens hem op te treden.
4. Nu niet is gebleken dat mr. Oude Middendorp door [naam 1] is gemachtigd om in rechte op te treden, kan niet worden vastgesteld dat het beroep namens [naam 1] is ingediend. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Broekhuis, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. J.T. Kruis en B.C. Langendoen, leden, in aanwezigheid van M.E. Sjouke, griffier, op
14 juni 2016.
griffier
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.