ECLI:NL:RVS:2018:983
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake verzoek dossierverstrekking jeugdige en onbevoegdheid rechtbank
De zaak betreft een hoger beroep van een jeugdige tegen de afwijzing van zijn verzoek om inzage in zijn dossier bij een gecertificeerde instelling. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege vermeende ontbrekende machtiging van de advocaat, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat dit onterecht was.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en stelt vast dat het verzoek om inzage niet valt onder de Wet openbaarheid van bestuur, maar onder de Jeugdwet. Door de inwerkingtreding van artikel 7.3.17 van de Jeugdwet met terugwerkende kracht is de bestuursrechter niet langer bevoegd om van het beroep kennis te nemen.
De Afdeling verklaart daarom de rechtbank onbevoegd en wijst erop dat de jeugdige zich na afwijzing van een verzoek op grond van de Jeugdwet tot de burgerlijke rechter kan wenden. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart deze onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.