Uitspraak
1.Procesgang.
2.Beoordeling.
the Appeal Court for Serious Crimes Tirana,verder te noemen:
Appeal Court,(Albanië) bij beslissing van 29 juni 2015 opgelegde levenslange vrijheidsstraf voor de feiten waarvoor zijn aanhouding is gelast en zoals omschreven in de door de griffier gewaarmerkte en als bijlage aan deze uitspraak gehechte kopie van het
report (on crimes for which the citizen [opgeëiste persoon] is sentenced)van 29 april 2016 van
the Prosecutor’s Office at the First Instance Court for Serious Crimeste Tirana.
the Appeal Courtvolgens Albanees recht wordt aangemerkt als een ‘final decision’ en dat de beslissing direct na de uitspraak daarvan voor tenuitvoerlegging vatbaar is. In dezelfde brief is verder vermeld dat de advocaten die de opgeëiste persoon hebben verdedigd op 24 juli 2015 beroep hebben ingesteld bij
the Supreme Courttegen de beslissing van
the Appeal Court .Hierbij is vermeld dat
the Supreme Courtna onderzoek van de zaak ingevolge artikel 441 van Pro het Albanese Wetboek van Strafvordering de volgende beslissingen kan nemen:
- the alteration of the sentence for the legal qualification of the offence, for the type and the duration of punishment, for the civil effects of the criminal offence;
- the cancellation of the sentence and the solution of the case without sending it back for review;
- the cancellation of the decision and the sending back of the acts for review;
- the cancellation of the verdict of appeal court and the remaining into force of the verdict of the first instance court.
the Appeal Courtnog niet onherroepelijk is, nu beroep is ingesteld bij
the Supreme Courten die procedure nog loopt.
moord
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
First Instance Serious Crimes Courtin Tirana is beoordeeld en afgewezen. De rechtbank ziet dan ook geen noodzaak de door de raadsman gewenste nadere informatie op te vragen.
the Supreme Courtloopt, waarin de opgeëiste persoon eventuele gebreken in de totstandkoming van de getuigenverklaring aan de orde kan stellen.
the Supreme Courtloopt, waarin de opgeëiste persoon eventuele gebreken in de procedure naar voren kan brengen.
[naam 1]en gesteld dat als gevolg daarvan vanuit het Verenigd Koninkrijk wegens vermeende corruptie geen uitlevering aan Albanië meer plaatsvindt. De rechtbank wijst op de in die procedure gevolgde uitspraak van de
High Court of Justiciaryinzake
[naam 1]van 25 april 2014 (www.scotcourts.gov.uk) waarbij het beroep tegen de uitlevering (opnieuw) is afgewezen. Overweging 141 luidt voorzover hier van belang:
Appeal Court, waarvoor de uitlevering wordt gevraagd, is hij niet aanwezig geweest.
the Appeal Courtniet voldoet aan de eisen van artikelen 5, lid 3, van de ULW en 6 van het EVRM, omdat sprake is van een veroordeling bij verstek en de advocaten in hoger beroep niet door de opgeëiste persoon, maar door zijn zoon waren gemachtigd. Ook blijkt niet of en hoe de oproeping voor de procedure in hoger beroep de opgeëiste persoon heeft bereikt.
First Instance Serious Crimes Courtblijkt dat:
the Appeal Courtblijkt:
‘according to the declaration of the defendant in court hearing date 27/05/2015’, zijnde de eerste procesdag bij
the Appeal Court. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de opgeëiste persoon de advocaten zelf heeft gemachtigd en dat deze machtiging zich (mede) uitstrekte tot de procedure in hoger beroep. Deze conclusie vindt nog steun in de omstandigheid dat de opgeëiste persoon in eerste aanleg door dezelfde advocaten is vertegenwoordigd en dat in de aanvullende brief van 20 juli 2016 ten aanzien van het
Appeal Courtstaat vermeld dat
“the trial was carried out in presence of the defence lawyers chosen by the defendant”;
the Appeal Courtdat de gemachtigde advocaten ook zelf namens de opgeëiste persoon beroep
(antagonist appeal)hebben ingesteld bij het
Appeal Court;
Appeal Courtgelet op het bovenstaande niet een bij verstek gewezen vonnis ten aanzien waarvan gezegd kan worden dat
“bij het strafproces de rechten van de verdediging niet in acht zijn genomen”.
the Supreme Courtloopt waar de opgeëiste persoon eventuele gebreken ten aanzien van zijn verdedigingsrechten aan de orde zou kunnen stellen.
3.Toepasselijke wetsartikelen.
4.Beslissing.
TOELAATBAARde door Albanië verzochte uitlevering van
[opgeëiste persoon] ,