ECLI:NL:HR:2001:AB1762
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toelaatbaarheid uitlevering ondanks verstekvonnis en termijnklacht
De zaak betreft het beroep in cassatie van een opgeëiste persoon tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Roermond die zijn uitlevering aan Turkije toelaatbaar verklaarde voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf opgelegd door een Turkse strafrechtbank.
De verdediging voerde aan dat het Turkse vonnis onherroepelijk is en bij verstek is gewezen, waardoor uitlevering ontoelaatbaar zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat het vonnis niet als verstekvonnis kan worden aangemerkt omdat de opgeëiste persoon bij de Turkse strafprocedure was vertegenwoordigd en er zittingen zijn gehouden.
Daarnaast werd betoogd dat het verzoek tot uitlevering onredelijk laat kwam, wat eveneens werd verworpen omdat de opgeëiste persoon een groot deel van de periode in detentie heeft doorgebracht en de Turkse autoriteiten niet op de hoogte waren van zijn verblijfplaats in Nederland.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak slechts vanwege het ontbreken van een feitelijke weergave van de gronden voor toelaatbaarheid van uitlevering, vulde dit aan met de relevante feiten en verwierp het beroep voor het overige. Daarmee bleef de uitlevering aan Turkije voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toelaatbaarheid van de uitlevering aan Turkije ondanks het verstekvonnis en de termijnklacht.