ECLI:NL:RBAMS:2016:5241
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugsbezit en wapens
Verzoekers, huurders van een woning in Amsterdam, verzochten om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester om de woning voor drie maanden te sluiten. Dit besluit volgde op een politieonderzoek waarbij een grote hoeveelheid heroïne, versnijdingsmiddelen en wapens in de woning werden aangetroffen. De woning bleek feitelijk onbewoond te zijn, aangezien verzoekers langere tijd in het buitenland verbleven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de hoeveelheid heroïne aanzienlijk groter was dan wat voor eigen gebruik is toegestaan, waardoor aannemelijk is dat de drugs bestemd waren voor verkoop of verstrekking. Verzoekers konden dit niet tegenspreken. De burgemeester heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet de bevoegdheid om de woning te sluiten om de openbare orde te herstellen.
Verzoekers voerden onder meer aan dat de woning wel bewoond was, dat er geen specifiek beleid voor sluiting van woningen bestond en dat het tijdsverloop tussen constatering en sluiting te lang was. De voorzieningenrechter verwierp deze bezwaren en vond dat de belangen zorgvuldig waren afgewogen. De sluiting van drie maanden was proportioneel en noodzakelijk.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, omdat het bestreden besluit naar verwachting stand zal houden in de bezwaarprocedure. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens drugsbezit en wapens wordt afgewezen.