Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
het Openbaar Ministerie München I(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
arrestatiebevel van de Rechtbank van eerste aanleg München van 5 november 2015, dossiernummer ER III Gs 7571/15.
4.Strafbaarheid
5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW
officier van justitie te Münchenheeft op 20 juli 2016 de volgende garantie gegeven:
6. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b en d, OLW
ne bis in idemaanleiding geeft (HvJ EU 16 november 2010, C-261/09, ECLI:EU:C:2010:683 (Mantello), punt 45; HvJ EU 5 juni 2014, C-398/12, ECLI:EU:C:2014:1057 (M.), punt 31; HvJ EU 29 juni 2016, C-486/14, ECLI:EU:C:2016:483 (Kossowski), punt 34).
Mantello, punt 46;
M., punt 36;
Kossowski, punt 35).
mutatis mutandis, voor de omstandigheid dat het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 juli 2016 ten aanzien van een van deze feiten (“feit 4” in de zaak 02-820860) meldt dat sprake is van een sepot wegens ‘onvoldoende bewijs’ (zie Rb. Amsterdam 11 september 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:10126).
ne bis in idem-beginsel er niet aan in de weg staat dat de betrokkene opnieuw voor deze feiten wordt vervolgd.
de drugs waren bestemd voor de Duitse en Sloveense markt;
er zijn drugs op Duits grondgebied in beslag genomen;
de rechtsorde van Duitsland is hierdoor geschokt;
medeverdachten worden ook in Duitsland vervolgd.
8.Slotsom
9.Toepasselijke wetsartikelen
10.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
het Openbaar Ministerie München Iten behoeve van het in Duitsland tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.