Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 1 juli 2014 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- het tussenvonnis van 17 december 2014, waarbij de zaak is verwezen naar de rol voor re- en dupliek;
- de conclusie van repliek met producties;
- de conclusie van dupliek met één productie;
- de akte uitlaten productie van [eiser] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Klachtplicht/verjaring
ongeoorloofdeuitgeoefende druk op SBC. Dit is onvoldoende toegelicht door [eiser] . De telefoongesprekken van SBC zijn vanaf 11 november 2003 getapt, in verband met een door een bestuurder van SBC gemelde bedreiging. Uit deze tapgesprekken kan niet worden afgeleid dat de bank
op ongeoorloofde wijzedruk heeft uitgeoefend op SBC. De bij de FIOD afgelegde getuigenverklaringen zijn niet eenduidig, onder meer niet over de vraag of de uitgeoefende druk (mede gelet op de zekerheden van de bank en de al dan niet bestaande wetenschap van de bank met betrekking tot een naderende insolventie)
ongeoorloofdwas, over de vraag in hoeverre druk van de bank resultaat zou hebben gehad dan wel over de vraag door wie, waarom en wanneer bij SBC (al dan niet in samenspraak met de bank) is besloten tot het doen van uitbetalingen in strijd met het één-op-één-systeem. Uit de in het geding gebracht verklaringen en transcripts van afgeluisterde telefoongesprekken blijkt niet dat de bank SBC heeft aangezet betalingen te doen aan haar cliënten in de wetenschap dat andere schuldenaren van het Fonds daardoor zouden worden benadeeld. Met de verwijzing naar deze verklaringen heeft [eiser] zijn stellingen dan ook onvoldoende onderbouwd. Ook de (algemene) verwijzing naar het HIG-rapport kan hem niet baten. Allereerst kan aan dit (partij)rapport weinig waarde worden toegekend aangezien het is opgesteld in opdracht van het Fonds ten behoeve van de in een andere procedure aangesproken bestuurders van en andere betrokkenen bij het Fonds. Bovendien zijn de conclusies in dit rapport gebaseerd op dezelfde afgeluisterde telefoongesprekken en getuigenverklaringen. De curatoren van SBC of het Fonds hebben ook nimmer aanleiding gezien om deze betalingen aan te vechten, zoals de bank onweersproken heeft gesteld. De stelling van [eiser] dat hij benadeeld is als gevolg van de druk die de bank in het kader van de uitbetaling heeft uitgeoefend, is dan ook onvoldoende onderbouwd om tot toewijzing van zijn vordering te kunnen leiden.
5.160,00(2,0 punten × tarief € 2.580,00)