ECLI:NL:RBAMS:2016:6666
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening voor exploitatie fietstaxi zonder vergunning in afwachting beroepsprocedure
De man exploiteert sinds 2009 een fietstaxi en had tot 1 april 2016 een vergunning. Na afwijzing van zijn nieuwe aanvraag en het ongegrond verklaren van zijn bezwaar, vroeg hij een voorlopige voorziening om zijn werk voort te zetten. De voorzieningenrechter weegt de belangen af en concludeert dat de man geheel afhankelijk is van zijn fietstaxi voor inkomen en dat hij zijn vaste klanten kan verliezen als hij niet mag werken.
De gemeente stelde dat één extra fietstaxi geen gevaar voor verkeersveiligheid of doorstroming vormt en dat handhaving mogelijk is bij kwaliteitsgebreken. De voorzieningenrechter vindt dat de belangen van de man zwaarder wegen dan die van de gemeente en wijst de voorlopige voorziening toe.
De gemeente wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot op 18 oktober 2016 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: De man mag zijn fietstaxi exploiteren alsof hij een vergunning bezit totdat op zijn beroep is beslist.