Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Vonnis van de kantonrechter
[gedaagde] ,
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de dagvaarding van 13 mei 2016 met bewijsstukken,
- het proces-verbaal van 30 mei 2016 houdende het mondelinge antwoord van [gedaagde] ,
- het vonnis van 13 juni 2016 waarbij een verschijning van partijen is bevolen,
- de brief van de zijde van Q-Park van 23 september 2016 met vier bijlagen en een korte toelichting op die stukken,
- de verschijning van partijen, op 3 oktober 2016.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten en omstandigheden
Algemene Voorwaarden,op te vragen via
www.q-park.nlof Q-Park Customer Desk 0900-44 66 880 (€ 0,45 per gesprek) (…)
Vordering en verweer
customer desksteeds meer wordt belast door meldingen van treintje rijden. In de nabije toekomst zullen extra uren en medewerkers nodig zijn met alle kosten van dien. Verder noodzaakt het treintje rijden investeringen in dure camerasystemen voor scherpe detectie van treintje rijden. Q-Park heeft drie medewerkers die zich full time specifiek bezig houden met de bestrijding van treintje rijden.
Beoordeling
nadeeldat Q-Park in geval van treintje rijden ondervindt (en waarvoor het bedrag van € 300,00 mede een vergoeding inhoudt), evenredig oploopt met elk geval van treintje rijden door dezelfde persoon in een tijdsbestek van twee maanden, terwijl het
afschrikwekkend karaktervan de boete ook in geval van matiging van de 32 x € 300,00 nog afdoende kan worden bereikt. Daar komt nog bij dat door min of meer toevallige omstandigheden het zo is gegaan dat [gedaagde] ineens voor 32 x treintje rijden is aangesproken in plaats van het ‘normale’ geval dat iemand voor 1 x treintje rijden wordt aangesproken waarna die persoon een voor de toekomst gewaarschuwd mens is. Alles overziend is 32 x € 300,00 = € 9.600,00 een buitensporig hoge uitkomst. Gezien dit een en ander eist de billijkheid klaarblijkelijk dat de boetes van 32 x € 300,00 op enigerlei wijze wordt gematigd; een redelijke wetstoepassing brengt mee dat rechterlijke matiging ook is toegestaan in een geval als het onderhavige waarin een partij in één keer aansprakelijk is gesteld uit hoofde van 32 boetebedingen uit hoofde van even zoveel overeenkomsten.
lump sumvan € 3.000,00 is verschuldigd, in totaal derhalve € 3.300,00. Alhoewel een evenredige benadering, zoals overwogen, niet juist lijkt te zijn in deze casus, komt de genoemde
lump sumneer op een kleine honderd euro per keer treintje rijden, en mede gelet op die gemiddelde hoogte doet de hoogte van de
lump sumnaar het oordeel van de kantonrechter recht aan de veelheid aan grove overtredingen (nogmaals: wanprestaties te kwáder trouw met een gevaarzettend karakter) en aan het schadevergoedingskarakter van de boete, zonder buitensporig te zijn.