Art. 6, vijfde lid, OverleveringswetArt. 22, eerste lid, OverleveringswetArt. 23 OverleveringswetArt. 29, tweede lid, Overleveringswet
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Tussenuitspraak heropening onderzoek in overleveringszaak op grond van Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 31 mei 2016 een vordering ex artikel 23 vanPro de Overleveringswet, ingediend door de officier van justitie, betreffende de aanhouding en overlevering van een persoon op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franse justitiële autoriteiten.
Tijdens de zitting werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en bevestigd dat hij de Marokkaanse nationaliteit bezit en een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in Nederland heeft. De rechtbank constateerde dat Nederland rechtsmacht heeft ten aanzien van de feiten uit het EAB.
Gezien het belang om te beoordelen of de opgeëiste persoon gelijkgesteld kan worden met een Nederlander, met name of hij zijn verblijfsrecht zal verliezen als gevolg van een opgelegde straf na overlevering, besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen. De rechtbank schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het oordeel van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hierover in te winnen.
De rechtbank beveelt tevens de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nog vast te stellen datum en tijdstip met kennisgeving aan zijn raadsman. Tegen deze tussenuitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om informatie over het verblijfsrecht van de opgeëiste persoon in te winnen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM,
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751064-15
RK nummer: 16/2514
Datum uitspraak: 14 juni 2016
TUSSENUITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 vanPro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 april 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 29 januari 2015 door de procureur van de republiek bij het Tribunal de Grande Instance de Nancy(Frankrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres
[adres] ,
hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.
1.Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 31 mei 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. A. Oswald.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft.
3.Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een Arrestatiebevel van 29 januari 2015, uitgevaardigd door de vice-presidente belast met de instructie bij de Jurisdiction Inter-regionale Specialisee de Nancy, met kenmerk: 14072000203 .
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Frankrijk strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB en de aanvullende brief van de Substituut-Procureur van de Franse Republiek van 20 mei 2016.
4.Artikel 6, vijfde lid, van de OLW en heropening van het onderzoek
De opgeëiste persoon heeft een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Bovendien heeft Nederland rechtsmacht ten aanzien van de feiten uit het EAB. Om te beoordelen of de opgeëiste persoon gelijkgesteld kan worden met een Nederlander, is voorts van belang of ten aanzien van de opgeëiste persoon de verwachting bestaat dat hij niet zijn verblijfsrecht zal verliezen ten gevolge van een hem na overlevering opgelegde straf. Informatie hierover ontbreekt. De rechtbank zal daarom het onderzoek heropenen, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen daarover het oordeel van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in te winnen.
5.Beslissing
HEROPENThet onderzoek ter zitting.
SCHORSThet onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de IND te vragen of ten aanzien van de opgeëiste persoon de verwachting bestaat dat hij zijn verblijfsrecht zal verliezen ten gevolge van een hem na overlevering opgelegde straf.
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nog vast te stellen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.
Aldus gedaan door
mr. H.P. Kijlstra, voorzitter,
mrs. P. van Kesteren en A.K. Glerum, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 14 juni 2016.
De voorzitter en oudste rechter zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.