Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
ne bis in idem-beginsel. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft de raadsman een vergelijking gemaakt met de alcoholslot-jurisprudentie.
criminal charge, in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). Dat verdachte de maatregel desondanks ervaart als een sanctie, doet daar niet aan af. Door die preventieve maatregel is verdachte immers slechts in beperkte mate in zijn bewegingsvrijheid beperkt nu hij zich in Nederland vrij kan bewegen. Overigens beschikt hij nog steeds over een identiteitskaart waarmee ook naar een aantal landen buiten Nederland kan worden gereisd. Het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, leidt tot de conclusie dat de onderhavige strafrechtelijke vervolging van verdachte niet in strijd is met het
ne bis in idem-beginsel. Ook overigens ziet de rechtbank geen reden de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren.
4.Het bewijs
aan elk inzichtin de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan heeft ontbroken. Dat is in deze zaak niet aan de orde.
. De in de chatgesprekken besproken reisroute naar Turkije, Gaziantep, en vandaaruit naar Syrië onderschrijft dit alles
to do lists,waarin veel van de aangetroffen (outdoor) goederen zijn opgesomd en het onderzoek dat verdachte blijkens zijn zoekslagen heeft gedaan naar die goederen, zijn die outdoor spullen verzameld ten behoeve van een daadwerkelijk vertrek. De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat de goederen zijn gekocht met het oog op zijn aanstaande dakloosheid acht de rechtbank ongeloofwaardig. Reeds vanwege de inhoud van de chatgesprekken, maar ook gezien soort en aantallen van de goederen.
how to build an AK-47. Uit het geheel van de bewezen geachte feitelijkheden en de overige omstandigheden die uit het dossier naar voren komen, in het bijzonder datgene dat is aangetroffen op de gegevensdragers die verdachte voorhanden had, leidt de rechtbank af dat verdachte die informatie heeft vergaard met het kwalijke oogmerk op het plegen van de ten laste gelegde terroristische misdrijven. De rechtbank acht de onder 1, derde alternatief/cumulatief, ten laste gelegde training voor terrorisme dan ook bewezen.
De bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 1 september 2016.
Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant AOT-DH 102 van 2 augustus 2014 (doorgenummerde pagina 150).
Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant T357 van 4 augustus 2014 (doorgenummerde pagina’s 151-152).
Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant T357 van 4 augustus 2014 (doorgenummerde pagina’s 153-154).
5.Bewezenverklaring
- middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich heeft getracht te verschaffen en
- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf,
- opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is en/of
- moord en/of
- doodslag en/of
- deelnemen aan een organisatie (ISIS) die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven (art. 140a Sr) en/of
- opzettelijk een gebouw of getimmerte vernielen en/of beschadigen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is,
- opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen met een terroristisch oogmerk, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is (art 157 Sr Pro) en/of
- deelnemen aan een organisatie (ISIS) die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven (art. 140a Sr) en/of
- moord met een terroristisch oogmerk (art. 289a Sr) en/of
- opzettelijk een gebouw of getimmerte vernielen en/of beschadigen met een terroristisch oogmerk, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is (art. 170 Sr Pro)
6.De strafbaarheid van de feiten
voorhanden hebbenvan wapens van categorie IV, terwijl de wet uitsluitend het
dragenvan wapens van categorie IV strafbaar stelt. Het onder 1, vierde alternatief, bewezen geachte kan dus niet als een strafbaar feit worden aangemerkt. Verdachte zal ten aanzien daarvan worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
gevangenisstrafvan
14 (veertien) maanden.
12 (twaalf) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijd van 3 (drie) jarenniet aan de volgende algemene en bijzondere voorwaarden houdt.
4.Meldplicht
5.Meldplicht
dadelijke uitvoerbaarheidvan de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht.