Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
zeer waarschijnlijkvan verdachte afkomstig is. In de box werd ook een envelop aangetroffen met daarop de naam van de vriendin van verdachte. Ondanks deze omstandigheden en ondanks de belastende PGP-communicatie over ijzers, waaraan verdachte heeft deelgenomen, dient hij van het voorhanden hebben van het wapenarsenaal in Nieuwegein te worden vrijgesproken.
inner circlevan de criminele organisatie worden gerekend. Hij houdt zich weliswaar wat meer op de achtergrond, maar hij is iemand met invloed. Dit blijkt onder andere uit het OVC-gesprek op 13 juni 2015 - waaraan verdachte blijkens een voldoende gemotiveerde stemherkenning deelneemt - met betrekking tot de verplaatsing van de wapens. Het blijkt ook uit de PGP-berichten, waarmee de leden hun onderlinge communicatie afschermden, over de verkoop van één van de werkauto’s en de bemoeienis met een conflict dat [verdachte 7] met geweld wilde beslechten. Kennelijk is verdachte er ook van op de hoogte dat er een politieonderzoek naar hen loopt waar hij de rest voor waarschuwt. Ook in de administratie zijn verbindingen tussen de verdachten te zien. Immers bevat zij uitgaven door of ten behoeve van deelnemers aan de organisatie. Gewezen zij op [bijnaam verdachte] en [bijnaam verdachte 8] waarvan het aannemelijk is dat het om verdachte en [verdachte 8] gaat. Dit wordt immers bevestigd door gesprekken waaraan ze deelnemen en waarin zij ook wel bij naam worden genoemd, en door gedragingen die tevens overeenkomen met voornoemde administratie. Tot slot kan verdachte worden gelinkt aan box 40 van [naam opslag] via de envelop voor zijn vriendin.
zeer waarschijnlijkafkomstig is van verdachte, is daartoe niet voldoende. Nu het dossier voor het overige geen gegevens bevat die verdachte rechtstreeks verbinden aan het wapenarsenaal in Nieuwegein, zal hij van dit feit worden vrijgesproken.
voorbereidenvan liquidaties komt de rechtbank onlogisch voor. Voorbereiding (artikel 46 Sr Pro) komt na artikel 45 Sr Pro (poging) en is in het leven geroepen om niet gerealiseerde misdrijven, die om andere redenen dan een vrijwillige terugtred, nog niet tot een begin van een uitvoering zijn gekomen toch strafbaar te kunnen stellen. Het is moeilijk voorstelbaar dat het oogmerk van een criminele organisatie is gericht op onvoltooide misdrijven. Waar de officier van justitie de verdachten ziet als de “afdeling werkvoorbereiding” verliest hij uit het oog dat deze afdeling deel uitmaakt van de organisatie die liquidaties zelf op het oog heeft. Daarnaast levert de verweten voorbereiding (opsporen en/of observeren van beoogde slachtoffers, wapens en auto’s met petflessen met benzine leveren) telkens een deelnemingsvorm aan de liquidatie zelf op. Voor het bestaan van een criminele organisatie is ten slotte niet vereist dat de deelnemers aan de organisatie de misdrijven zelf plegen.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
8.Motivering van de straffen en de maatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstraf van 3 (drie) jaar.
onttrokken aan het verkeer de voorwerpengenoemd onder de nummers 3, 4 en 5 op de beslaglijst, zijnde een Glock 26 pistool (UT124.01.01.001), een patroonhouder met 9 patronen (UT124.01.01.002) en een patroon (UT124.01.01.003).