Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
Bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Bijlage IIweergegeven bewijsmiddelen – vast dat verdachte op instigatie van [medeverdachte 3] , die hij volgens zijn eigen verklaring nog niet lang kende, [naam bedrijf 1 BV] . heeft opgericht en zich als bestuurder van die vennootschap bij de Kamer van Koophandel heeft ingeschreven. Vervolgens heeft verdachte een bankrekening voor [naam bedrijf 1 BV] geopend en zich daarna kennelijk niet meer bekommerd om de handelingen die zijn medeverdachten verder namens de vennootschap hebben verricht. Na enige tijd heeft verdachte de vennootschap vervolgens weer overgedragen aan een andere voor hem onbekende persoon.
Bijlage IIweergegeven bewijsmiddelen – vast dat verdachte op instigatie van [medeverdachte 3] , na [naam bedrijf 1 BV] ., ook [naam bedrijf 2 BV] op zijn naam heeft laten zetten en zich als bestuurder van die vennootschap bij de Kamer van Koophandel heeft ingeschreven. Vervolgens heeft hij [medeverdachte 2] gemachtigd om namens hem een huurcontract af te sluiten voor een bedrijfspand. Daarna heeft verdachte zich kennelijk niet meer bekommerd om de handelingen die zijn medeverdachten verder namens de vennootschap hebben verricht. Na enige tijd, toen leveranciers die niet betaald hadden gekregen verdachte lastig begonnen te vallen, heeft verdachte de vennootschap weer overgedragen aan een andere persoon, die hij daarvoor slechts één keer – bij de overdracht van [naam bedrijf 1 BV] . – had gezien.
5.Bewezenverklaring
rubriek 4.3.vervatte bewijsoverwegingen en de in
Bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen
1 subsidiairten laste gelegde, te weten dat verdachte:
2 primairten laste gelegde, voor zover dit betrekking heeft op de onder B verweten gedragingen, te weten dat verdachte:
2 subsidiairten laste gelegde, voor zover dit betrekking heeft op de onder A verweten gedragingen, te weten dat:
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
4 (vier) maanden.
240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen.